<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Stolper</title>
	<atom:link href="http://www.stolper.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.stolper.nl</link>
	<description>dr. C.F. Stolper, arts voor homeopathie</description>
	<lastBuildDate>Fri, 16 Mar 2012 18:21:43 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Amerikaanse gebruikers alternatieve geneeskunde voelen zich gezonder</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/03/16/amerikaanse-gebruikers-alternatieve-geneeskunde-voelen-zich-gezonder/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/03/16/amerikaanse-gebruikers-alternatieve-geneeskunde-voelen-zich-gezonder/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Mar 2011 09:28:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[CAM]]></category>
		<category><![CDATA[ervaren gezondheid]]></category>
		<category><![CDATA[gezonder voelen. USA.]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=579</guid>
		<description><![CDATA[Amerikaanse onderzoekers ontdekten dat CAM gebruikers hun gezondheid vaker als 'heel goed' of als 'beter dan het voorafgaande jaar' scoorden dan niet-CAM gebruikers.  <a href="http://www.stolper.nl/2011/03/16/amerikaanse-gebruikers-alternatieve-geneeskunde-voelen-zich-gezonder/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vier van de tien volwassenen in Amerika maakt gebruikt van complementaire en alternatieve geneeskunde, in Engelstalige landen CAM genoemd. CAM is een breed begrip waar veel vormen van alternatieve geneeskunde onder vallen. Voor sommige vormen is bewijs van effectiviteit veel sterker dan voor anderen. Amerikaanse onderzoekers vroegen zich of al die verschillende vormen van alternatieve geneeskunde tezamen genomen effect hadden op de door patienten ervaren gezondheid. Ze onderzochten electronische dossiers van 23.393 patienten, 37 % CAM gebruikers en 63% niet-CAM gebruikers, en vergeleken de door patienten zelf aangegeven ervaren gezondheid. Zij vonden dat CAM gebruikers hun gezondheid vaker als &#8216;heel goed&#8217; of als &#8216;beter dan het voorafgaande jaar&#8217; scoorden dan niet-CAM gebruikers.</p>
<p>Bron: Nguyen LT, Davis RB, Kaptchuk TJ, Phillips RS. Use of complementary and alternative medicine and self-rated health status: results from a national survey. J Gen Intern Med 2011 Apr;26(4):399-404.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/03/16/amerikaanse-gebruikers-alternatieve-geneeskunde-voelen-zich-gezonder/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Obstipatie bij kinderen</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/03/10/obstipatie-bij-kinderen/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/03/10/obstipatie-bij-kinderen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 Mar 2011 11:46:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[kinderen]]></category>
		<category><![CDATA[normaal ontlastingpatroon kinderen]]></category>
		<category><![CDATA[obstipatie]]></category>
		<category><![CDATA[scheurtje anus]]></category>
		<category><![CDATA[verstopping]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=319</guid>
		<description><![CDATA[Jan is drie en een half jaar oud als zijn moeder met hem op het spreekuur bij de huisarts verschijnt. Jan heeft het laatste half jaar last van verstopping, vertelt zijn moeder. Voor die tijd ging het prima, maar langzamerhand &#8230; <a href="http://www.stolper.nl/2011/03/10/obstipatie-bij-kinderen/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Jan is drie en een half jaar oud als zijn moeder met hem op het spreekuur bij de huisarts verschijnt. Jan heeft het laatste half jaar last van verstopping, vertelt zijn moeder. Voor die tijd ging het prima, maar langzamerhand werd zijn ontlasting steeds harder. Het gekke is dat het soms ook erg dun kan zijn: er zitten allemaal vieze strepen in zijn onderbroek of hij kan het zelfs niet meer ophouden. Zijn buik doet vaak zeer, zegt Jan. Zijn moeder zet hem regelmatig op de wc, maar er komt meestal niks. Een keer per week hoogstens produceert Jan met  moeite en veel pijn een heleboel ontlasting tegelijk, zo groot alsof het van een volwassen mens is. De laatste maanden eet hij minder en tiert hij niet zoals vroeger.</p>
<p><strong> Slijmvliesscheurtje</strong></p>
<p>De huisarts kijkt Jan na en vindt een bolle buik met harde stukken ontlasting. De anus is niet goed te onderzoeken, want Jan knijpt zijn billen stijf dicht uit angst voor de pijn. Na uitleg en geruststelling ontspant hij zich en ziet de huisarts een klein scheurtje in het slijmvlies van de anus. Zo’n scheurtje is vaak erg pijnlijk. Geen wonder dat Jan zit te huilen op de wc. Hij probeert de gang naar het toilet zo lang mogelijk uit te stellen door zijn anus dicht te knijpen zo gauw hij enige aandrang voelt. De ontlasting hoopt zich op bij de uitgang en vormt daar een harde prop die steeds maar aangroeit. De darmen willen echter de ontlasting eruit werken en dat merk je al gauw als pijnlijke buikkrampen. Soms sijpelt er wat dunne ontlasting langs de prop en dan lijkt het net diarree. Maar dat is maar schijn. Dat de eetlust afneemt bij zo’n slechte afvoer is logisch.</p>
<p><strong>Ook psychische oorzaken</strong></p>
<p>Hoe komt nu zo’n scheurtje in het anusslijmvlies, vraagt Jans moeder. Bij kinderen blijkt een psychische oorzaak vaak op de achtergrond mee te spelen. Jan gaat sinds een half jaar vier dagdelen per week naar de peuterspeelzaal en daar ziet hij altijd tegenop. Hij heeft het daar niet naar zijn zin, speelt weinig met leeftijdgenootjes en is blij als zijn ouders hem komen ophalen. Jan is een mager ventje, verlegen en niet zo levenslustig. Het liefste zit hij thuis te tekenen of met lego te spelen. Hij is een echte priegelaar en kan heel netjes werken. Jan voelt zich thuis lekker veilig, maar buitenshuis is hij onzeker. Zulke kinderen als Jan kunnen in een stressvolle situatie zoals in een peuterspeelzaal snel verkrampen. Ze knijpen hun anus voortdurend stijf dicht. Het scheurtje is een gevolg van die verkramping en zal ook niet gemakkelijk genezen als er af en toe van die reusachtige brokken ontlasting passeren.</p>
<p><strong>Advies</strong></p>
<p>Jans moeder krijgt het advies hem elke dag na het warme eten op de wc te zetten, omdat dan de aandrang het grootste is. Hij moet er even de tijd voor nemen en ondertussen een boekje bekijken. Komt er wat, dan volgt er een beloning. Komt er niks, dan wachten we af. Een beetje ouderwetse levertraanzalf of wat calendulazalf in de anus smeren bevordert de genezing. Verder natuurlijk een dieet met volkoren brood, muesli, zemelen, vers fruit, rauwkost enzovoort om de ontlasting smeuig te maken. Ook lijkt het goed het verblijf op de peuterspeelzaal wat te beperken tot een of twee dagdelen per week. We moeten gaan werken aan Jans zelfvertrouwen door hem te steunen in onzekere situaties en hem ook te prijzen wanneer hij zelfstandig dingen onderneemt. Wanneer de leidsters van de speelzaal ervan af weten, kunnen ook zij Jan verder helpen. Als al deze maatregelen geen effect hebben, zal de huisarts proberen met medicijnen Jans stoelgang te reguleren, maar liever ziet hij dat het zonder gaat.</p>
<p><strong>Nog enkele feiten over kinderen en ontlasting</strong><strong> </strong></p>
<ul>
<li>2 x per week ontlasting bij kinderen is niet abnormaal als er verder geen klachten bij zijn.</li>
<li>Kinderen tussen de nul en drie maanden die borstvoeding krijgen, hebben gemiddeld 3 x per dag ontlasting. Bij flesvoeding is dat 2 x per dag.</li>
<li>Een gezonde zuigeling heeft dagelijks 150 ml vocht per kilogram lichaamsgewicht nodig. Bij flesvoeding is het belangrijk 1 afgestreken maatlepeltje voeding per 30 ml te geven en niet meer.</li>
<li>Het komt voor dat kinderen die borstvoeding krijgen maar 1x per 10 dagen ontlasting hebben. We noemen dat borstvoedingobstipatie maar als er geen klachten zijn is behandeling niet nodig!</li>
<li>Een röntgenfoto van de buik maken bij kinderen (en volwassenen) met obstipatie is onverstandig omdat de uitslag, zo is gebleken uit grote onderzoeken, niet betrouwbaar genoeg is om de diagnose obstipatie te bevestigen of uit te sluiten. </li>
</ul>
<p><strong>Handige links</strong></p>
<p>Patiëntenbrieven over obstipatie bij kinderen, vezelrijke voeding en een poepdagboek voor kinderen vindt u op <a href="http://" target="_blank">http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven.htm#clusterD</a></p>
<p> Verdere info is ook te vinden op <a href="http://www.voedingscentrum.nl" target="_blank">www.voedingscentrum.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/03/10/obstipatie-bij-kinderen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Allergie voor gluten</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/03/09/allergie-voor-gluten/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/03/09/allergie-voor-gluten/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 09 Mar 2011 15:06:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[coeliakie]]></category>
		<category><![CDATA[dunne darm]]></category>
		<category><![CDATA[eiwit]]></category>
		<category><![CDATA[gluten]]></category>
		<category><![CDATA[vet]]></category>
		<category><![CDATA[ziek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://89.31.96.9/~stolpernl/?p=78</guid>
		<description><![CDATA[Wanneer je overgevoelig bent voor gluten, heb je de ziekte coeliakie, een ziekte die levenslang blijft bestaan, maar goed te behandelen is met een dieet. Er zijn niet zoveel mensen met deze ziekte, zo dachten we tot voor kort, ongeveer &#8230; <a href="http://www.stolper.nl/2011/03/09/allergie-voor-gluten/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer je overgevoelig bent voor gluten, heb je de ziekte coeliakie, een ziekte die levenslang blijft bestaan, maar goed te behandelen is met een dieet. Er zijn niet zoveel mensen met deze ziekte, zo dachten we tot voor kort, ongeveer 1 op de 2500. Maar onlangs toonden onderzoekers aan dat het veel meer voorkomt. Er worden getallen genoemd van 1 op de 200. Waarschijnlijk hebben dus veel meer kinderen deze ziekte, maar ze zijn er niet allemaal ziek van; ongeveer de helft heeft klachten en dan soms niet de klachten die je zou verwachten.</p>
<p><strong>Gluten</strong></p>
<p>Gluten betekent “lijm” en is een kleverige eiwitsubstantie die te vinden is in tarwe, rogge, haver, spelt en gerst en in de vele producten waarin deze granen verwerkt zijn. Gluten veroorzaakt bij patiënten met coeliakie door een allergische reactie een beschadiging van het slijmvlies van de dunne darm. Dat slijmvlies bestaat uit een soort ingewikkeld berglandschap van slijmvliescellen, zogenaamde vlokken, waardoor het oppervlak dat voedingsstoffen kan opnemen vele malen groter wordt dan wanneer het gewoon “een vlak landschap” was geweest. Deze vlokken verdwijnen door de glutenallergie, het landschap wordt vlakker en de mogelijkheden om voedingsstoffen op te nemen vanuit de darm in de bloedbaan beduidend kleiner. Niet-opgenomen voedingsstoffen veroorzaken bij kinderen diarree, stinkende, schuimende en vet-ogende diarree, meerdere malen per dag. De eetlust neemt af, de groei vertraagt en het gewicht wordt minder in plaats van meer. Kinderen met coeliakie hebben vaak een opgezette buik, dunne armpjes en beentjes met slappe spieren en zijn vaak slecht gehumeurd. Bij volwassenen is het klachtenpatroon vager en anders. De ziekte is erfelijk; 5-10% van de eerstegraads familieleden heeft de ziekte ook. Het heeft te maken met zogenaamde HLA-genen op chromosoom 6. Meer dan 30 procent van de Nederlandse bevolking is drager van deze afwijkende genen maar de meesten ervan krijgen nooit een coeliakie. Dragers van deze afwijking kunnen wel ergens in hun leven coeliakie-klachten krijgen, bij voorbeeld door een infectie of een zwangerschap.</p>
<p><strong>Testen</strong></p>
<p>De diagnose wordt definitief vastgesteld door een klein stukje darmslijmvlies onder een microscoop te bekijken om te zien hoe het met de vlokken staat. Via een scoop, een buisje waar je door heen kan kijken en opereren, wordt dat hapje slijmvlies uit de darm genomen, een zogenaamde biopsie.</p>
<p>Lijkt het erop dat de patiënt inderdaad coeliakie heeft, dan volgt een speciaal dieet en wordt na enige tijd een nieuw onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of genezing opgetreden is. Al met al is dit een ingrijpend en tijdrovend onderzoek. Er is inmiddels een reeks aan bloedtesten ontwikkeld die bepaalde antilichamen, afweerstoffen, opspoort die te maken hebben met coeliakie. Als al die bloedtesten negatief zijn, is de diagnose coeliakie vrijwel uitgesloten bij kinderen ouder dan 2 jaar. Zijn de gebruikelijke testen op coeliakie positief dan kan met behulp van een laatste zogenaamde EMA test de diagnose coeliakie zeer waarschijnlijk worden gemaakt.</p>
<p><strong>Dieet</strong></p>
<p>Coeliakie-kinderen krijgen levenslang een streng dieet van glutenvrije producten. Omdat gluten in erg veel voedingsmiddelen zit, valt dat voor het kind en de ouders niet mee. Een “verkeerde” broodkruimel kan al forse klachten geven bij sommige patienten. Daarom hebben zij een eigen broodplank nodig, een eigen broodrooster, jampot etc. De gezondheidswinst die behaald kan worden, is echter groot.</p>
<p>Meer informatie is te verkrijgen bij de Ned. Coeliakie Vereniging (NCV) <a href="http://www.glutenvrij.nl/" target="_blank">http://www.glutenvrij.nl/</a> of in een patiëntenbrief van het Nederlands Huisartsengenootschap: <a href="http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven.htm#clusterD" target="_blank">http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven.htm#clusterD</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/03/09/allergie-voor-gluten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Is mijn kind allergisch voor melk?</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/03/09/is-mijn-kind-allergisch-voor-melk/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/03/09/is-mijn-kind-allergisch-voor-melk/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 09 Mar 2011 14:30:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[aardbeien en allergie]]></category>
		<category><![CDATA[koemelkvrij dieet]]></category>
		<category><![CDATA[kruisallergie]]></category>
		<category><![CDATA[melkallergie]]></category>
		<category><![CDATA[melkintolerantie]]></category>
		<category><![CDATA[oraal allergiesyndroom]]></category>
		<category><![CDATA[voedingsallergie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=364</guid>
		<description><![CDATA[“Is mijn kind niet allergisch voor koemelk? Zou zijn eczeem niet veroorzaakt kunnen worden door een melkallergie? Laatst was ik bij een alternatieve genezer en die zei dat mijn kind duidelijk allergisch was voor melk! Zij had een apparaat waarmee &#8230; <a href="http://www.stolper.nl/2011/03/09/is-mijn-kind-allergisch-voor-melk/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>“Is mijn kind niet allergisch voor koemelk? Zou zijn eczeem niet veroorzaakt kunnen worden door een melkallergie? Laatst was ik bij een alternatieve genezer en die zei dat mijn kind duidelijk allergisch was voor melk! Zij had een apparaat waarmee ze dat kon uittesten en met behulp van spierspanningstesten heeft zij deze diagnose bevestigd. Wat vindt u daar nou van? Ook haar buikpijnen en diarree zouden hierdoor ontstaan.”</p>
<p>Aan het woord is een moeder met een jongetje van bijna een jaar oud. Het mannetje ziet er wat pierig uit, eczemerig in het gezicht en op de handen. Haar vraag is reëel en wordt ook door anderen wel gesteld. Er zijn al heel wat ouders die hun kind jarenlang om deze redenen geen melk geven.</p>
<p><strong>Intolerant of allergisch?</strong></p>
<p>Als het om de bijwerkingen van koemelk gaat, worden sommige begrippen nogal eens door elkaar heen gehaald. Je kunt intolerant zijn voor melk of allergisch, dus overgevoelig.Dat zijn twee heel verschillende zaken die niets met elkaar te maken hebben. Het eerste probleem is minder ernstig dan de tweede en hoeft pas klachten te veroorzaken na een bepaalde hoeveelheid melk, bij voorbeeld bij meer dan twee bekers per dag. Het tweede probleem geeft vaak al klachten bij een paar druppels melk.</p>
<p><strong>Intolerant</strong></p>
<p>Melksuiker kan pas uit de darmen worden opgenomen nadat het door een bepaald enzym (lactase) in de dunne darm in aparte stukjes suiker is gesplitst. Is dat enzym niet voldoende op voorraad aanwezig, dan blijven er teveel <em>onverteerde suikers</em> in de darmen achter en ontstaan er klachten als buikpijn, een opgezette buik, veel winden en diarree. Het betreft hier dus een capaciteitsprobleem. Door minder melk aan te bieden, blijven er geen onverteerde suikers achter en verdwijnen de klachten.</p>
<p>Het enzym lactase is bij alle baby’s overal in de wereld volop aanwezig zodat moedermelk of flesvoeding zonder problemen kan worden verteerd. Bij de meeste blanken blijft er het hele leven, ook na stoppen van borstvoeding of de fles, voldoende enzym over. Bij andere rassen wordt dit enzym steeds minder actief. Blanken kunnen zonder problemen echte melkdrinkers worden, maar niet-blanken gaan melk steeds minder goed verdragen omdat melk minder goed verteerd wordt.. Zij zullen klachten ontwikkelen. Door het aanbod van melkproducten te verlagen zal het probleem afnemen.</p>
<p>Maar ook blanke mensen kunnen in dit opzicht moeilijkheden krijgen als door een buikgriepje, een of andere darmziekte of door een bepaalde voedselallergie delen van de darm minder goed functioneren en de aanmaak van het enzym lactase wordt afgeremd. Ook dan ontstaan er -meestal tijdelijk- klachten van diarree en buikpijn.</p>
<p>Door de proef op de som te nemen –laat twee weken melk weg uit de voeding en karnemelk, yoghurt en vla- wordt snel duidelijk of er een melkintolerantie bestaat. Kaas en boter bevatten weinig melksuikers. Wanneer de klachten na hervatten van deze melkproducten zich opnieuw manifesteren, is de diagnose duidelijk. De volgende stap is uit te zoeken hoeveel melkproducten wel worden verdragen. Helemaal stoppen is niet nodig en ook minder gezond.</p>
<p><strong>Melkallergie</strong></p>
<p>Allergieën hebben altijd te maken met problemen in het <em>afweersysteem</em>. Dat systeem heeft als het ware een heel leger soldaten in dienst die er voor waken dat er geen gevaarlijke ziekmakende stoffen het  lichaam binnendringen. Soms zijn die soldaten door een nog onbekende oorzaak verkeerd geïnstrueerd en schieten zij ook op ongevaarlijke stoffen. Dat kunnen graspollen zijn of uitwerpselen van huisstofmijten. Maar dat kunnen ook  melksuikers zijn. Het lichaam is daar dan overgevoelig voor; zo kan een heel scala aan klachten ontstaan. Die zijn vooral aan de huid waarneembaar in de vorm van eczeem en jeuk, of in de luchtwegen door niezen en astma-achtige klachten of in het maagdarmkanaal door diarree of obstipatie, braken en buikpijnen.</p>
<p>Allergie-klachten ontstaan al na geringe contacten met het allergeen, de stof waar allergisch op wordt gereageerd. Bij onderzoek is gebleken dat 2-5% van de kinderen  tot drie jaar-meestal al na de eerste en voor de tiende maand- allergisch reageren op koemelk. Stoppen van de borstvoeding en de overgang op koemelk kan zo’n moment zijn waarop de eerste klachten ontstaan. Diezelfde leeftijdscategorie is ook nogal eens allergisch voor pinda’s, noten en kippenei-eiwit. Boven die leeftijd vinden we meer allergieën voor huisstofmijt, graspollen, kat en hond. Het is gek genoeg zo dat een koemelkallergie niet levenslang is; het kind groeit er na het derde jaar overheen, maar ontwikkelt helaas vaak andere allergieën..</p>
<p>Bloedonderzoek levert weinig duidelijkheid op: een positieve uitslag betekent nog niet dat er daadwerkelijk sprake is van een koemelkallergie en een negatieve uitslag sluit niet uit dat er toch wel een koemelkallergie aanwezig is. Dat geldt ook voor de interpretatie van huidpriktesten.</p>
<p>De diagnose is het redelijk goed vast te stellen door een zogenaamd eliminatie-dieet waarbij melk en alle producten waar melk in is verwerkt, worden weggelaten uit het dieet van de moeder als het kind borstvoeding krijgt of uit het dieet van het kind zelf. Voor alle zekerheid is het verstandig tegelijk ook noten, pinda’s, soja en vis weg te laten. Na twee tot vier weken is duidelijk of de klachten zijn verminderd. In dat geval moet vervolgens telkens en om de paar dagen een beetje van een van de verboden voedingsmiddelen aan het dieet worden toegevoegd om te zien of er reactie op komt. Zo kan het allergeen worden gelokaliseerd. Nemen de klachten niet af door het dieet, dan is er geen sprake van een allergie! Deze test is betrouwbaarder dan een bloedonderzoek maar ook hier is geen volledige zekerheid te geven: een negatieve test maakt een koemelkallergie zeer onwaarschijnlijk maar een positieve uitkomst blijkt in de helft van de gevallen foutpositief te zijn, dus toch geen koemelkallergie. </p>
<p>Eigenlijk moet je om zeker te zijn van de diagnose een zogenaamde provocatietest doen, dus op een dag een proef doen door het product te gebruiken waarvan vermoed wordt dat het de oorzaak van een allergie is. Dit kan echter alleen in een ziekenhuis.</p>
<p><strong>Koemelkvrij dieet</strong></p>
<p>De koemelk moet helemaal uit het dieet worden verwijderd. De gewone kunstvoeding moet worden vervangen door speciale kunstvoeding waarbij de koemelkeiwitten in kleine stukjes zijn geknipt en dus de allergene component onherkenbaar is gemaakt. In Friso Hypo-Allergeen en in Nutrilon Hypo-Allergeen is dit onvoldoende grondig gebeurd. FrisoPep en Nutrilon Pepti zijn geschikte voedingen, evenals Nutramigen. Een kunstvoeding op basis van soja is niet geschikt omdat een kind ook hierop allergisch kan reageren. Na een aantal maanden kan een beetje gewone koemelk voorzichtig geprobeerd worden want een kind kan ook weer snel over de koemelkallergie heen groeien. Bij borstvoeding mag de moeder geen melk gebruiken, ook geen producten waar melk is in verwerkt. Ze mag ook geen melk van andere dieren gebruiken.</p>
<p><strong>Aardbeien ed</strong></p>
<p>Bij kinderen zien we nog wel eens een licht jeukende lokale huidreactie om de mond optreden bij inname van bepaalde voedingsmiddelen. Zoiets kan gebeuren bij het eten van aardbeien, ei, kaas, vis of vlees, abrikozen, perziken en pruimen (en bij volwassenen na drinken van wijn). Dat heeft niets te maken met allergieën voor die voedingsmiddelen! Het zijn eigenlijk een soort galbultachtige reacties op stoffen in die voedingsmiddelen die locaal jeuk kunnen veroorzaken.</p>
<p><strong>Kruisallergie </strong></p>
<p>Oudere kinderen en volwassenen ontwikkelen soms een zogenaamde kruisallergie. Een allergie voor berkenpollen levert ook een allergie op voor noten, appel, perzik e.d. Graspollenallergie kan een kruisallergie geven voor pinda en rauwe groentes zoals tomaat, selderij en wortel. Dat komt omdat eiwitten onderling zo op elkaar lijken dat ze voor een allergeen worden aangezien. Die voedingsmiddelen veroorzaken klachten op de lippen, in de mondholte en in de keel zoals branden, jeuk en soms lichte zwelling. Het is een ongevaarlijke soort allergie, ook wel oraal allergiesyndroom genoemd. Gevaar voor ernstige reacties als in shock raken is er vrijwel niet. Andere kruisallergieën zijn combinaties van een allergie voor bijvoetpollen en klachten krijgen van verse kruiden, of voor latex en klachten na eten van ananas, banaan, avocado, kastanje en kiwi.</p>
<p>Op <a href="http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven.htm" target="_blank">http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven.htm</a> u een informatieve patientenbrieven: de aanpak van voedselovergevoeligheid bij een kind OF heeft mijn kind voedselovergevoeligheid.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/03/09/is-mijn-kind-allergisch-voor-melk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Homeopathie terug in Zwitserse ziektekostenverzekeringen</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/02/01/homeopathie-terug-in-zwitsers-verzekeringspakket/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/02/01/homeopathie-terug-in-zwitsers-verzekeringspakket/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 Feb 2011 16:17:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[ervaren gezondheid]]></category>
		<category><![CDATA[kosteneffectief]]></category>
		<category><![CDATA[patienttevredenheid.]]></category>
		<category><![CDATA[ziektekostenverzekering]]></category>
		<category><![CDATA[Zwitserland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=531</guid>
		<description><![CDATA[Alternatieve geneeswijzen zijn kosteneffectief en oogsten een hogere patienttevredenheid. Daarom zijn ze weer terug in de Zwitserse ziektekostenverzekeringen, voor de duur van 6 jaar. In die 6 jaar moet voldoende bewijs zijn verzameld voor de werking.  <a href="http://www.stolper.nl/2011/02/01/homeopathie-terug-in-zwitsers-verzekeringspakket/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Met ingang van 2012 worden een aantal alternatieve geneeswijzen waaronder homeopathie weer opgenomen in de ziektekostenverzekeringen in Zwitserland. In 2005 waren alternatieve geneeswijzen uit het verzekeringenpakket gehaald omdat de Zwitserse regering meende dat ze niet werkten, niet kosten-effectief waren en niet geschikt. Een uitgebreid onderzoek toonde echter de economische voordelen van alternatieve behandeling aan. Hoewel de consultduur van artsen die tevens alternatief werkten, beduidend langer was dan bij conventionele artsen, stegen de kosten per patient niet, werkten de artsen bijna een derde goedkoper en nam de patienttevredenheid toe. In 2009 stemde tweederde van de Zwitsers voor een opnieuw opnemen van alternatieve geneeswijzen in de ziektekostenverzekering. In 2011 besloot de Zwitserse regering om voor de duur van 6 jaar alternatieve geneeswijzen in het verzekeringspakket op te nemen. In die 6 jaar moet er wel meer bewijs zijn voor de werking ervan.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/02/01/homeopathie-terug-in-zwitsers-verzekeringspakket/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Occultisme en alternatieve geneeswijzen</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/02/01/occultisme-en-alternatieve-geneeswijzen/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/02/01/occultisme-en-alternatieve-geneeswijzen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 Feb 2011 15:49:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[alternatieve geneeswijzen]]></category>
		<category><![CDATA[occultisme]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=393</guid>
		<description><![CDATA[Soms wordt i.v.m alternatieve geneeswijzen wel de vraag gesteld of er geen gevaar voor occultisme is. Met de uitdrukking occultisme wordt bedoeld dat demonische machten op een verborgen manier een vaste plek bij iemand of bij iets hebben verworven dan &#8230; <a href="http://www.stolper.nl/2011/02/01/occultisme-en-alternatieve-geneeswijzen/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Soms wordt i.v.m alternatieve geneeswijzen wel de vraag gesteld of er geen gevaar voor occultisme is. Met de uitdrukking occultisme wordt bedoeld dat demonische machten op een verborgen manier een vaste plek bij iemand of bij iets hebben verworven dan wel gekregen. In dit verband wordt ook wel de term “besmetting” gebruikt. Er zijn veel ervaringsverhalen bekend waarin een verband wordt gelegd tussen iemands psychische klachten en een occulte belasting dan wel besmetting. Die relatie wordt met name gelegd als er sprake is geweest van bemoeienis van alternatieve genezers of na het innemen van alternatieve medicatie. Het is opvallend dat deze vragen zelden tot nooit worden gesteld n.a.v. ingrijpen door reguliere artsen. Het wetenschappelijke van deze aanpak lijkt de kans op een occulte beïnvloeding tot nul te reduceren. Wetenschap staat voor rationeel en dat zou irrationele invloeden uitsluiten. Een tweede opvallend aspect aan deze vragen is het begrip besmetting. De associatie met ziekte is duidelijk; je kunt zomaar tegen je wil in besmet raken met een griepvirus of met een gevaarlijke bacterie en dan overkomt je de ziekte. Blijf dus uit de buurt van grieperige mensen of laat je vaccineren! En wat de alternatieve geneeswijzen betreft: houd je er verre van want je hebt zomaar iets occults te pakken.</p>
<h3><strong>Gelijk</strong></h3>
<p>De bijbel is op veel plaatsen heel duidelijk in het aanwijzen van duivelse krachten die mensen bij God en zijn liefde weg willen houden. De strijd tussen God en de satan is de grote rode lijn die door heel de geschiedenis van mensen loopt, te beginnen met de eerste mensen, Adam en Eva,  tot aan de laatste mensen die leven als de Here Jezus Christus terug komt. Door Christus is de macht van de satan wel definitief gebroken maar op aarde nog sterk te merken. Voor ons christenen is zijn invloed vaak duidelijk en gemakkelijk aan te wijzen maar soms ook niet snel herkenbaar; er is immers ook sprake van een onzichtbare wereld. Dan moeten onze ogen worden geopend. Lezen in de bijbel, gebed en overleg met geloofsgenoten kunnen hier verhelderend zijn, licht in de duisternis brengen. Deze geestelijke strijd is over de hele wereld waarneembaar; er zijn geen gebieden of terreinen uitgesloten, veiligheid is alleen bij de Here te vinden en bij zijn Woord. Vroeger ervoeren mensen de macht van die onzichtbare wereld vol demonische krachten veel sterker. Maar de wetenschap heeft met behulp van het verstand, van de ratio, veel van wat we toen als occult duidden, terug gebracht tot begrijpelijke verklaringen van gebeurtenissen. Tegelijk is God door deze ontwikkeling naar de periferie van het leven van veel mensen verdrongen. In die periferie, in die irrationele, nog onverklaarde rand van het leven ontwaren we zo af en toe toch wel de macht van demonen, zo lijkt het. Ook christenen die de Here centraal in hun leven stellen, kunnen tot dezelfde conclusies komen. Ten dele hebben ze daar ook gelijk in. Glaasje draaien, het leggen van Tarot kaarten om de toekomst te voorspellen, contact zoeken met geesten, het zijn allemaal hele enge dingen waar je je maar beter verre van kan houden. Er zijn alternatieve genezers die zich met dit soort praktijken bezig zijn, handen opleggen en bezwerende formules uitspreken. In de sfeer van New Age zijn zogenaamde healers die occulte en gevaarlijke praktijken erop na houden en onder invloed van demonische krachten staan. Zij kunnen goede medicijnen en therapieën annexeren in hun therapeutisch arsenaal om vervolgens effecten ervan te koppelen aan occulte krachten.</p>
<p><strong> Ongelijk</strong></p>
<p>Het is echter een gevaarlijk misverstand te menen dat demonische beïnvloeding zich vooral op irrationeel terrein manifesteert, zoals bijvoorbeeld wordt gesuggereerd in het boek van van der Ven <em>Van kwaal tot erger</em>. We accepteren dan de onuitgesproken vooronderstelling dat de ratio de macht van de duivel beperkt maar in feite ook de macht van God. Daar waar wij met onze wetenschappelijke inzichten de werkelijkheid beheersen, staat de satan buiten spel en fungeert ook God alleen nog in algemene, dogmatisch gekleurde uitspraken over Zijn almacht en voorzienigheid. De realiteit van het dagelijkse leven ligt toch voor een belangrijk deel in onze eigen handen! Op het terrein van gezondheid en ziekte is door de wetenschap heel wat bereikt maar het onvoorspelbare en deels onbehandelbare van ziekten maakt het leven van mensen soms onzeker. Geen wonder dat op dit terrein naast regulier werkende artsen ook alternatieve behandelaars zich inzetten en geen wonder dat daar de angst voor demonische beïnvloeding groot is.</p>
<p>Naast de vele voordelen die de wetenschap de mensheid heeft gebracht zijn er ook duidelijke nadelen. Eén daarvan noemden we al, het idee dat Gods macht  niet meer zo concreet en existentieel aanwezig is wanneer we gezond zijn of ziek. Door gezond te leven, te eten en te bewegen kunnen we daar immers zelf veel aan bijdragen. En ziekte voert ons allereerst naar de huisarts waar we veel van verwachten of naar de specialist waar we onder controle staan. Dure  pillen genezen ons en geavanceerde medische apparatuur stelt ons gerust: het proces is tot stilstand gebracht en voorlopig leven wij. Deze -voor een deel- maakbaarheid van ons bestaan nodigt niet allereerst uit tot gebed en tot aanbidding van Hem die ons leven draagt. Adviezen van hulpverleners kunnen ook ons verwijderen van de Here en zijn eer. In een latere fase wanneer artsen machteloos staan, krijgt onze relatie met God meer prioriteit.</p>
<p>Een tweede gevaar van wetenschappelijke ontwikkelingen is evident: het leven is niet alleen maar mooier en gemakkelijker geworden, maar zinloos geweld, oorlog, nucleaire rampen,  seksuele vrijheden, abortus, genetische proeven met embryo’s, ernstige bijwerkingen van medicijnen, euthanasie, het is allemaal (meer) mogelijk geworden door toegepaste wetenschappelijke kennis. Dat dit alles en nog veel meer te maken heeft met de grote vijand van God, met de satan, is voor christenen buiten kijf. Het is dus niet waar dat de duivel op het rationele terrein van de wetenschap buiten spel staat, integendeel.</p>
<p> <strong>Besmet materiaal?</strong></p>
<p>In de ervaringsverhalen van sommige patiënten of artsen die op een negatieve wijze met alternatieve geneeswijzen te maken hebben gehad, duikt de term “occulte besmetting” op. Zij wijzen erop dat bepaalde medicijnen in staat zouden zijn een demonische invloed op de gebruiker uit te oefenen. Het bewijs hiervoor lijkt geleverd omdat sommige mensen na het innemen psychisch zieker werden, allerlei onverklaarbare angsten ervoeren of zelfs genazen waar dat medisch gezien niet mogelijk was. Vooral homeopathische medicijnen zouden in dit opzicht gevaarlijk zijn, omdat het proces van bereiding –verdunnen en schudden -  geen rationele gronden zou kennen en al helemaal niet wetenschappelijk verklaarbaar. Bovendien heeft Hahnemann als grondlegger van de homeopathie uitspraken gedaan die door sommigen als aanwijzingen voor occultisme worden geïnterpreteerd. Voeg tenslotte daarbij het gerucht dat in een bepaalde fabriek sommige medicijnen alleen bij volle maan worden bereid en de angst voor occulte besmetting is heel voorstelbaar. De bekeerde tovenaars in Handelingen 19 hebben hun boeken toch niet voor niets verbrand?</p>
<p>Ook hier geldt wat we hierboven aantoonden: een wetenschappelijk onverklaarbaar effect maakt iets nog niet tot een demonisch effect. En van heel wat reguliere medicatie is het precieze werkingsmechanisme niet bekend en toch aarzelen we niet ze in te nemen. </p>
<p>Daarnaast is van belang te wijzen op de almacht van God. Niets in de bijbel geeft steun aan het idee dat er terreinen zijn in het leven waar God niet almachtig is en waar een christen geheel onbedoeld en tegen zijn zin in occult besmet raakt door het aanraken van bepaalde stoffen of door het innemen ervan. Integendeel, alles wat God geschapen heeft is goed en niets daarvan is verwerpelijk als het met dankzegging wordt aanvaard want het wordt geheiligd door het Woord van God en door gebed. (1 Timotheus 4:4).<strong></strong></p>
<p>In 1 Korinthiers 10:14-32 vinden we nog meer aanwijzingen bij het zoeken naar een bijbels antwoord. Het brood bij het Avondmaal blijft gewoon brood maar door het te eten aan de avondmaalstafel is het een teken van gemeenschap met Christus, met zijn lichaam. Het staat symbool voor die gemeenschap met Christus en met zijn gemeente ter plekke. Het brood dat overschiet of de wijn die overblijft heeft geen magische krachten gekregen; we kunnen het weg gooien of zelf gebruiken. </p>
<p>Offeren aan afgoden is een vorm van gemeenschap zoeken met boze geesten en blijf dus ver weg van het afgodische offermaal hoewel dat offer op zich niets is, schrijft Paulus aan dezelfde Korinthiers. Gewijd vlees is op zichzelf ook niets maar omwille van die ander, de pas bekeerde die er niks meer van snapt als je gewijd vlees eet, moet je het laten staan, tenminste als je erop attent gemaakt wordt dat het om gewijd offervlees gaat. De kennis dat het vlees op zich gewoon vlees blijft, ook al is het gewijd, is ondergeschikt aan de liefde voor die ander die het vlees nog als een afgoden offer beschouwt. </p>
<p>In Jesaja 44 en 46 lezen we over het productieproces van afgodsbeelden en hoe onzinnig het is daar magische krachten aan toe te schrijven.</p>
<p>Ook in de eerste hoofdstukken van Genesis kunnen we terecht bij onze vraag over occulte besmetting van voorwerpen. De vruchten aan de boom van kennis van goed en kwaad, die zelfs niet aangeraakt mochten worden door de mensen, zouden die ook betoverd zijn geweest? Dat lijkt niet waarschijnlijk. De harten van Adam en Eva, die werden betoverd. Ze dachten dat die vruchten de magische, occulte kracht bezaten om zelf God te worden op suggestie van de duivel. Het lijkt dat we hier de kern van de occulte werking van de satan zien. Op een listige wijze (2Kor 11: 3) wakkert hij de begeerte aan &#8211; wat een fraaie vruchten en wat zou het niet zijn om als God te zijn- en verleidt hij mensen tot zonde, werkt hij in op geloof en ongeloof. Vertrouw niet op de Here en luister naar mij, is zijn boodschap. En dan spiegelt hij beloften voor en halve waarheden. Toen overtraden ze het gebod van de Here door te eten van de vruchten; zo kwam de zonde wereld in  (Rom 5:12) en hun ogen werden geopend en ze wisten ineens het verschil tussen goed en kwaad. Het proefgebod fungeerde als testcase: op wie wil je vertrouwen, op de Here of op de satan? De boom en zijn vruchten fungeerden in die testsituatie als verleiding maar waren op zich niet occult besmet!</p>
<p>Natuurlijk moesten in die situatie in Handelingen de boeken van tovenaars worden verbrand omdat ze kennis leverden om demonische krachten los te maken en een verleiding vormden in zwakke ogenblikken er weer gebruik van te maken. Deze redenering geldt ook voor een dvd met een pornofilm erop. Men kan die rustig in de kast laten staan. Men wordt er niet occult door besmet maar in een zwak moment kan de satan mogelijk opnieuw verleiden tot kijken en dus tot zonde. Dan kan die dvd maar beter weg gegooid worden.</p>
<p>Angst voor occult besmet materiaal is dus niet gegrond. Al spreken bezweerders allerlei magische formules uit over homeopathische korreltjes en pendelen ze recepten uit, het medicijn op zich wordt daar niet anders van. Alleen zij die daar geloof aan hechten in positieve dan wel negatieve zin, die laten het bijgeloof toe in hun hart.</p>
<p><strong>Ervaringsverhalen</strong></p>
<p>De ervaringsverhalen van mensen die slechter werden door het innemen van homeopathische medicijnen, vormen mijns inziens geen goed bewijs. Het gebeurt regelmatig dat mensen klachten krijgen van gewone medicijnen, ook psychische symptomen en slaapstoornissen. Soms is dit goed verklaarbaar omdat we te maken hebben met bijwerkingen die we kennen en accepteren. Dan weer is de samenhang schijn want er is geen causaal verband; al voor de inname blijken soortgelijke klachten opgetreden te zijn. Ook blijkt uit geneesmiddelproeven dat zelfs placebo’s voor flinke bijwerkingen kunnen zorgen. Trouwens, homeopathische medicijnen kennen even goed bijwerkingen, lichamelijke klachten dan wel psychische. Farmaceuten zeggen wel eens: een medicijn zonder bijwerkingen bestaat niet want dan zal het ook niet werken.</p>
<p><strong> Conclusie</strong></p>
<p>De vraag naar occulte belasting beantwoorden wij dus genuanceerd. De hele wereldgeschiedenis staat bol van de strijd tussen God en satan, geen terrein is uitgezonderd. De wetenschap is geen veilige norm voor het traceren van demonische invloeden in ons leven. Omdat we occult associëren met irrationeel en omdat alternatieve geneeswijzen op irrationele wijze effecten sorteren, zou het gevaar van occulte invloed van alternatieve genezers groter zijn. Ten dele is dit waar maar we lopen het risico de ene, de irrationele valkuil te vermijden om vervolgens ongemerkt in de andere, de rationele valkuil terecht te komen. We zijn op bijbelse gronden ervan overtuigd dat voorwerpen en medicijnen niet occult besmet kunnen worden. De zonde zit niet in de materie zelf maar kan in het hart van patiënt en arts een plek veroverd hebben en in de manier waarop we met behandelmethoden omgaan. Wij moeten dus vooral het gesprek met onszelf aangaan en met de ons behandelende artsen en therapeuten. </p>
<p>Meer informatie is te vinden in het boek van E.C. van Balen e.a. <em>Mag ik alternatief behandeld</em> <em>worden? </em>Zie ook een discussie op de site van CVKoers: <a href="http://www.cvkoers.nl/home/magazine/themas/12-geloof-a-leven/4260-alternatief-genezen-waar-ligt-de-grens.html" target="_blank">http://www.cvkoers.nl/home/magazine/themas/12-geloof-a-leven/4260-alternatief-genezen-waar-ligt-de-grens.html</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/02/01/occultisme-en-alternatieve-geneeswijzen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Homeopathie, meer dan een placebo-effect</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/01/20/homeopathie-meer-dan-een-placebo-effect/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/01/20/homeopathie-meer-dan-een-placebo-effect/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 20 Jan 2011 09:23:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Homeopathisch onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[bewijs]]></category>
		<category><![CDATA[bewijsvoering]]></category>
		<category><![CDATA[homeopathie]]></category>
		<category><![CDATA[placebo]]></category>
		<category><![CDATA[placebo-effect]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschappelijk bewijs.]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=455</guid>
		<description><![CDATA[Er is al veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van homeopathische medicijnen. Voor sommige wetenschappers doet dit bewijs niet onder voor die van reguliere medicijnen. Anderen vinden dat het allemaal placebo-effecten zijn.  <a href="http://www.stolper.nl/2011/01/20/homeopathie-meer-dan-een-placebo-effect/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Placebo&#8217;s </strong></p>
<p>In de afgelopen decennia is heel veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het effect van homeopathische geneesmiddelen met als kernvraag: werken homeopathische geneesmiddelen beter dan placebo&#8217;s? Een placebo is een tabletje of korreltje of druppeltje dat er net zo uitziet als het te testen geneesmiddel maar dan zonder een geneesmiddel erin, een nepmiddel dus. Het lastige is dat placebo&#8217;s op zichzelf al aardig goed kunnen werken. Wanneer moderne antidepressief werkende medicijnen vergeleken worden met placebo&#8217;s blijken ze allebei een redelijk goed effect te hebben. Antidepressiva werken op bepaalde hersengebieden wat op speciale hersenscans goed te zien is. Het bijzondere is dat placebo&#8217;s in vergelijkend onderzoek met antidepressiva op precies dezelfde hersengebieden werken, zo bleek uit de plaatjes van hersenscans.</p>
<p><strong>Onderzoek naar homeopathische geneesmiddeleffecten</strong></p>
<p>Veel van deze onderzoeken tonen een positief effect, sommigen leveren een onduidelijk resultaat en ook zijn er studies waar het effect van homeopatische geneesmiddelen bij bepaalde ziekten niet waarschijnlijk kan worden gemaakt. Het lastige van homeopathie is dat er nog geen goed theoretisch model is waarbinnen effecten van hoge verdunningen kunnen worden verklaard en aannemelijk gemaakt. Zolang die verklaring er niet is, zullen veel artsen en wetenschappers niet gemakkelijk bereid zijn hun twijfel over het effect van homeopathie op te geven. Toch is de bewijsvoering zo gedegen dat een bekende epidemioloog eind jaren &#8217;90 schreef dat wanneer het om reguliere geneesmiddelen zou gaan, het bewijs al lang zou zijn geaccepteerd. Eens werd een artikel van een homeopathisch onderzoek rond gestuurd naar wetenschappers met de vraag of het voor publicatie in een internationaal tijdschrift in aanmerking kwam. In de helft van de gevallen werd in de tekst echter het homeopathische geneesmiddel vervangen door de naam van een regulier medicijn.  Het merendeel van de wetenschappers die het oorspronkelijke artikel hadden ontvangen ter beoordeling, wees het af. Het omgekeerde gebeurde echter met de wetenschappers die het artikel beoordeelden waarin de naam van het homeopathische geneesmiddel vervangen was die van een regulier medicijn.</p>
<p><strong>Bewijsvoering volgens Bayes</strong></p>
<p>Er zijn twee manier waarop een bewijsvoering kan worden opgezet. De eerste is die volgens Bayes: vooraf wordt de kans dat iets werkt op basis van bestaande inzichten en resultaten van onderzoek, ingeschat. Deze zogenaamde voorafkans wordt na elke publicatie bijgesteld, dus naar boven als onderzoek positief uitvalt en naar beneden als onderzoek negatief uitvalt. Eigenlijk wordt de voorafkans na een publicatie een achterafkans dat iets waar is. Bij elk volgend onderzoek wordt die achterafkans weer de nieuwe voorafkans. Deze zogenaamde Bayesiaanse bewijsvoering is heel gangbaar in de huisartsgeneeskunde waar de arts steeds zijn inschattingen dat een patient een bepaalde ziekte heeft, bijstelt op basis van lab-uitslagen en rontgenfoto&#8217;s bijvoorbeeld. De sterkte van het bewijs en de hoeveelheid worden meegewogen. Als deze vorm van bewijsvoering zou worden gebruikt voor de inschatting in hoeverre homeopathische geneesmiddelen meer effect hebben dan placebo&#8217;s, zou dat zeker ten gunste uitvallen voor de homeopathie. Wanneer iemand echter de voorafkans dat homeopathie beter werkt dan een placebo op bijna nul schat, zal vrijwel geen enkel bewijs nog kunnen overtuigen.</p>
<p><strong>Frequentistische bewijsvoering</strong></p>
<p>In de zogenaamde frequentistische bewijsvoering die ook heel gebruikelijk is in de geneeskunde, wordt bij elk onderzoek vooraf aangenomen dat er geen verschil bestaat tussen het effect van een bepaald geneesmiddel en een placebo. In het betreffende onderzoek wordt vervolgens geprobeerd deze basisveronderstelling onderuit te halen. Er zijn eigenlijk maar twee vormen van resultaat mogelijk van een dergelijke bewijsvoering: er is geen verschil tussen een geneesmiddel en een placebo of er is wel een verschil. In dat laatste geval doet de mate van verschil niet echt ter zake en ook niet hoe het geneesmiddel precies werkt. Het lijkt er soms op dat elk onderzoek start vanaf de basis, en net doet alsof er nog niets bekend is. In een zogenaamde meta-analyse worden alle resultaten onder elkaar gezet, alle &#8216;nee, er is geen verschil&#8217; en alle &#8216;ja, er is wel een verschil&#8217;.</p>
<p><strong>Meta-analyses</strong></p>
<p><span style="color: #000000;">De afgelopen twintig jaar zijn er verschillende meta-analyses over het effect van homeopathie gepubliceerd. In een meta-analyse worden alle resultaten gepoold, op een grote hoop gegooid met de bedoeling er een soort overkoepelende eindconclusie uit te trekken. Het wordt dan als het ware </span>één groot onderzoek met maar twee mogelijke uitkomsten: het werkt beter of het werkt niet beter dan een placebo. Voorwaarde is dat de in een meta-analyse opgenomen studies onderling goed vergelijkbaar zijn. <span style="color: #000000;">In 1991 was de conclusie van zo&#8217;n meta-analyse &#8211; gepubliceerd in Brittish Medical Journal &#8211; dat het bewijs voor homeopathische geneesmiddelen niet onderdoet voor die van reguliere medicijnen. </span><span style="color: #000000;">In de laatste grote meta-analyse &#8211; 2005 in de Lancet &#8211; worden 110 homeopathische studies vergeleken met studies van reguliere medicijnen. De conclusie toen is dan: <em>&#8220;… there was weak evidence for a specific effect of homeopathic remedies, but strong evidence for specific effect of conventional medicines&#8221;</em>. </span>Deze conclusie is gebaseerd op een selectie van 8 uit 110 homeopathie trials vergeleken met 6 uit 110 reguliere trials, zo blijkt uit het artikel. Deze selectie wordt in het artikel niet gespecificeerd, ondanks verzoeken van de begeleidingscommissie vier maanden voor publicatie en van anderen in de maanden erna. Pas vier maanden na publicatie wordt deze informatie vrijgegeven en dan blijkt dat de beide subgroepen niet vergelijkbaar waren: slechts drie van de acht homeopathie studies zijn vergelijkbaar met een aantal reguliere studies. De negatieve conclusie van de auteurs kan dus niet worden onderbouwd omdat de geselecteerde  studies onvergelijkbaar waren. Het zou overigens niet moeilijk geweest zijn voor de auteurs om tot een positieve conclusie te komen als ze andere onderzoeken hadden geselecteerd. De oorspronkelijke hypothese van de auteurs van het Lancet artikel was ook dat de kwaliteit van homeopathie onderzoek lager zou zijn dan van regulier onderzoek. Nadere bestudering van het uiteindelijk vrijgegeven onderzoeksmateriaal leverde een tegenovergestelde conclusie op: de kwaliteit van homeopatisch onderzoek is hoger (19% goede studies) dan van het reguliere onderzoek (8% goede studies). De auteurs van het Lancet artikel weigeren tot nu toe enige repliek te geven.</p>
<p><strong>Nadere details over deze discussie zijn te vinden in</strong>:</p>
<ul>
<li>Rutten L, Stolper E. &#8216;Proof&#8217; against homeopathy in fact supports Homeopathy. Homeopathy. 2006 Jan;95(1):57-61.</li>
<li>Rutten ALB, Stolper CF. The 2005 meta-analysis of homeopathy: the importance of post-publication data. Homeopathy. 2008 Oct;97(4):169-77.</li>
<li>Ludtke R, Rutten AL. The conclusions on the effectiveness of homeopathy highly depend on the set of analyzed trials. J Clin Epidemiol. 2008 Dec;61(12):1197-204.</li>
</ul>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/01/20/homeopathie-meer-dan-een-placebo-effect/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De rol van de likelihood ratio in de homeopathische diagnostiek</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/01/20/de-rol-van-de-likelihood-ratio-in-de-homeopathische-diagnostiek/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/01/20/de-rol-van-de-likelihood-ratio-in-de-homeopathische-diagnostiek/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 20 Jan 2011 08:46:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Homeopathisch onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[diagnostiek]]></category>
		<category><![CDATA[homeopathie]]></category>
		<category><![CDATA[homeopathisch onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[likelihood ratio]]></category>
		<category><![CDATA[LR]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=448</guid>
		<description><![CDATA[Symptomen van patienten en uitslagen van testen en rontgenfoto's hebben een bepaalde voorspellende waarde voor het (on)waarschijnlijk maken van een bepaalde ziekte. Dit diagnostische principe is ook toepasbaar in de homeopathie. Een groep van onderzoekers heeft dit verder diepgaand uitgezocht.  <a href="http://www.stolper.nl/2011/01/20/de-rol-van-de-likelihood-ratio-in-de-homeopathische-diagnostiek/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De likelihood ratio is een getalsmaat waarmee de waarschijnlijkheid dat een diagnostische test of een symptoom van een patient een goede aanwijzing is voor een bepaalde ziekte wordt aangeduid. In de homeopathie zijn met name de symptomen van een patient belangrijke aanwijzingen voor de keuze van een goed geneesmiddel. Een onderzoeksgroep, bestaande uit de artsen Lex Rutten, Rob Barthels, Roland Lugten en Erik Stolper, heeft in 1998 een onderzoekslijn opgezet om het belang van de likelihood ratio in de homeopathie te onderzoeken. Hoe beter we weten wat precies de waarde is van een symptoom om een bepaald geneesmiddel voor te schrijven, hoe beter de voorschriften van homeopathische artsen kunnen worden.</p>
<p><strong>Retrospectief</strong></p>
<p>Aanvankelijk begonnen we retrospectief, dus terug kijkend naar geslaagde casus, te zoeken naar de betekenis van symptomen in de geneesmiddelplaatjes. We organiseerden speciale dagen waar ervaren homeopathische artsen op een systematische manier ervaringen met geslaagde casuistiek konden delen. De resultaten ervan werden in tientallen artikelen gepubliceerd in een Nederlandstalig vakblad (SSC) en ook in een internationaal tijdschrift: </p>
<ul>
<li>Stolper CF, Rutten A.L.B., Lugten RF, Barthels RW. Materia medica validation and meta-analysis. Hom Links 2004;17(3):186-7.</li>
</ul>
<p><strong>Prospectief</strong></p>
<p>Vervolgens hebben we prospectief onderzoek -vooruit kijkend dus &#8211; opgezet door met een groep artsen te registreren of bepaalde symptomen bij patienten aanwezig waren, welk geneesmiddellen we aan die patienten voorschreven en in hoeverre de patient was verbeterd dan wel klachtenvrij geworden. Dat heeft geleid tot een stroom van publicaties in homeopathische en reguliere wetenschappelijke tijdschriften. De likelihoodratio blijkt een goede maat te zijn om een idee te krijgen van de voorspellende waarde van een symptoom van een patient voor een bepaald geneesmiddel. Tegelijk werd duidelijk dat de bestaande informatie zoals we die vinden in de verschillende Materia Medica en Repertoria, op onderdelen niet geheel betrouwbaar is. Het onderzoek is nu gestopt omdat er geen geld beschikbaar meer is. Hieronder vindt u de lijst met publicaties:</p>
<ul>
<li>Stolper CF, Rutten AL, Lugten RF, Barthels RJ. Improving homeopathic prescribing by applying epidemiological techniques: the role of likelihood ratio. Homeopathy. 2002 Oct;91(4):230-8.</li>
<li>Rutten ALB, Stolper CF, Lugten RF, Barthels RW. Is assessment of likelihood ratio of homeopathic symptoms possible? A pilot study. Homeopathy 2003 Oct;92(4):213-6.</li>
<li>Rutten ALB, Stolper CF, Lugten RF, Barthels RW. Assessing likelihood ratio of clinical symptoms: handling vagueness. Homeopathy 2003 Oct;92(4):182-6.</li>
<li>Rutten ALB, Stolper CF, Lugten RF, Barthels RW. Repertory and likelihood ratio: time for structural changes. Homeopathy 2004 Jul;93(3):120-4.</li>
<li>Rutten ALB, Stolper CF, Lugten RF, Barthels RW. Repertory and the symptom loquacity: some results from a pilot study on likelihood ratio. Homeopathy 2004 Oct;93(4):190-2.</li>
<li>Rutten ALB, Stolper CF, Lugten RF, Barthels RW. &#8216;Cure&#8217; as the gold standard for likelihood ratio assessment: theoretical considerations. Homeopathy 2004 Apr;93(2):78-83.</li>
<li>Rutten ALB, Stolper CF, Lugten RF, Barthels RW. A Bayesian perspective on the reliability of homeopathic repertories. Homeopathy. 2006 Apr;95(2):88-93.</li>
<li>Rutten ALB, Stolper CF, Lugten RF, Barthels RW. New repertory, new considerations. Homeopathy. 2008 Jan;97(1):16-21.</li>
<li>Rutten AL, Stolper CF, Lugten RF, Barthels RW. Statistical analysis of six repertory rubrics after prospective assessment applying Bayes&#8217; theorem. Homeopathy. 2009 Jan;98(1):26-34.</li>
<li>Rutten AL, Stolper CF. Diagnostic test evaluation by patient-outcome study in homeopathy: balancing of feasibility and validity. J Eval Clin Pract 2009 Dec;15(6):1230-5.</li>
</ul>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/01/20/de-rol-van-de-likelihood-ratio-in-de-homeopathische-diagnostiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kind als geen ander</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/01/19/kind-als-geen-ander/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/01/19/kind-als-geen-ander/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 19 Jan 2011 12:37:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boekbespreking]]></category>
		<category><![CDATA[gehandicapte kinderen]]></category>
		<category><![CDATA[moederliefde.]]></category>
		<category><![CDATA[professionele moeders]]></category>
		<category><![CDATA[verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=428</guid>
		<description><![CDATA[“Kind als geen ander” beschrijft de wereld van moeders van gehandicapte kinderen en hun artsen. Het is de populaire versie van een proefschrift, geschreven door een moeder van een gehandicapt kind. Het is een buitengewoon boeiend boek dat vooral duidelijk maakt hoe processen verlopen en wat de impact daarvan is. <a href="http://www.stolper.nl/2011/01/19/kind-als-geen-ander/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>“Kind als geen ander” beschrijft de wereld van moeders van gehandicapte kinderen en hun artsen. Het is de populaire versie van een proefschrift, geschreven door een moeder van een gehandicapt kind. Het is een buitengewoon boeiend boek dat vooral duidelijk maakt hoe processen verlopen en wat de impact daarvan is. Het is niet moraliserend en het roept geen schuldgevoelens op. Zoiets is altijd prettig in een land waar de schuld gauw bij anderen wordt gezocht en waar huisartsen nogal eens geassocieerd worden met gemiste kansen en verkeerde diagnoses.</p>
<p>Jet Isarin, de auteur van dit boek, doorzocht bibliotheken op zoek naar verhalen van moeders over hun gehandicapt kind. Ook interviewde ze een vijftal moeders over haar ervaringen met haar kind.  Ik geef u hieronder een aantal indrukken van het boek, aangevuld met enkele persoonlijke ervaringen.</p>
<p><strong>Professionele moeders</strong></p>
<p>Dokters houden van diagnoses. Wij zijn er goed in patiëntenverhalen om te zetten in een diagnose. Als er (nog) geen diagnose is, weten we niet wat er aan de hand is en kunnen we ook minder goed zeggen hoe het probleem moet worden aangepakt dan wel opgelost. Zo’n situatie is vervelend, voor de arts als voor de patiënt. Patiënten proberen daarom artsen te helpen door zich aan te passen aan hun denkwereld. Zij formuleren patiëntenverhalen in termen die voor artsen hanteerbaar zijn en laten de rest van de informatie weg. Daar kan de dokter toch niks mee, hoor je dan. De patiënt verwetenschappelijkt, zo wordt  dit proces genoemd. De patiënt professionaliseert. En dat heeft zo zijn risico’s, voor moeders en voor artsen, aldus de auteur. Zij licht dit nader toe aan de hand van twee kernwoorden: wie en wat.</p>
<p>Ouders van gezonde kinderen interpreteren wat ze zien en horen van hun kind in het licht van  eigen ervaringen en van anderen. Ouders van gehandicapte kinderen missen dit “normale” referentiekader. Zij proberen hun kind te begrijpen in het licht van de handicap waar ze begrijpelijkerwijs zoveel mogelijk van willen weten. En dus wordt de rol van de artsen belangrijker. Deze deskundigen hanteren echter een wetenschappelijk referentiekader en leggen aan de hand van dat denkkader uit <strong>wat</strong> het kind heeft, de diagnose met alle consequenties. Zij leggen niet uit <strong>wie</strong> het kind is, dat kunnen ze ook niet. Het <strong>wat</strong> kan zo voor het <strong>wie</strong> komen te staan, de afwijking voor de betekenisgeving, de handicap voor de persoon. De schrijfster betoogt echter dat wie en wat verweven zijn, persoon en handicap niet te scheiden. Deze kinderen hebben geen handicap maar zijn gehandicapt, in hun hele bestaan. Autisme bijvoorbeeld is een bestaanswijze, zo citeert ze. Het is alles doordringend, het kleurt elke waarneming, ervaring en ontmoeting. Het is onmogelijk het autisme te scheiden van de persoon. “Mensen met een handicap zijn mensen met mogelijkheden” aldus patiëntenverenigingen en overheidsinstellingen. Jet Isarin bestrijdt dit idee met kracht. Een handicap is niet iets externs, het is geen aanhangsel van een verder normaal persoon.</p>
<p><strong>Moederliefde</strong></p>
<p>Vele moeders voelen zich direct moeder van haar pasgeboren kind maar even zovele moeders gaan dit pas later ervaren, zo staat in het boek beschreven. Het kind is nog vreemd; een relatie moet op gang worden gebracht. Allerlei tegenstrijdige gevoelens spelen een rol, zeker als niet alles op rolletjes loopt. De borstvoeding lukt niet, het kind huilt alsmaar of het groeit niet goed. Dit proces is nog ingewikkelder als na de geboorte het kind afwijkingen blijkt te hebben. Is dit mijn kind, vraagt een moeder van een hazenlipbaby zich af? De kans dat er in de moeder-kind relatie iets mis gaat, is groter als het kind gehandicapt ter wereld komt. Het <strong>wat</strong> het kind heeft kan gemakkelijk  het zicht op <strong>wie</strong> mijn kind is, belemmeren. Juist in de ongeboren fase van het leven lopen gehandicapte kinderen daarom grote risico’s. Het wie is immers nauwelijks ontwikkeld en het wat van de handicap, de kennis over wat het kind en wat hen te wachten staat, doet ouders nog meer vervreemden van het kind. Het maakt de beslissing tot abortus gemakkelijker en invoelbaar.</p>
<p>Na de geboorte komt de toe-eigening op gang, ondermeer door herkenning van eigen geur en  geluiden van het kind en door commentaar van anderen. Het gehandicapte kind blijft echter langer vreemd. Liefde en afkeer zullen haast tegelijk aanwezig zijn. Het jaren durende acceptatieproces kan uitmonden in de neiging het vreemde te ontkennen: “we behandelen het als een normaal kind”. Onzichtbaar blijft dan dat de driftbui een gevolg is van de handicap of het geestelijk onvermogen. Anderzijds kunnen ouders alle abnormale uitingen van hun kind duiden als een gevolg van de handicap. Verborgen blijft het eigen karakter van het kind. Dit dilemma van het wie of wat, heeft vele valkuilen. Het is niet dit “mongooltje”dat lief is maar dit kind is lief omdat alle “mongooltjes” lief zijn. De eigenheid van het kind verdwijnt achter de geromantiseerde handicap: “ouders van gezonde kinderen zouden niet weten wat ze missen” en ten dele is dat ook zo. Ouders van gehandicapte kinderen kennen het dilemma van het wie of het wat en pendelen in hun gevoelens en gedachten regelmatig van de ene kant naar de andere. In een lang proces van aanvaarding groeien ze uiteindelijk vaak boven het dilemma uit: het wie en het wat raken steeds meer verweven en het kind en de handicap onlosmakelijk met elkaar verbonden.Maar liefde en teleurstelling, woede en berusting kunnen elkaar blijven afwisselen. “Kun je het aan?” vragen we aan de moeder. En de antwoorden formuleert Jet Isarin heel treffend: “Ja, natuurlijk niet” of soms “Nee, natuurlijk wel”.</p>
<p><strong>Verhalen</strong></p>
<p>Mensen vertellen verhalen over zichzelf en ordenen zo feiten en gebeurtenissen die deel uitmaken van hun geschiedenis. Verhalen, aldus Isarin, verbinden <strong>wat</strong> iemand doet met <strong>wie</strong> iemand is of zou willen zijn. Verhalen fungeren als plattegronden in een soms onbekende en vreemde werkelijkheid. We construeren met ons verhaal onze eigen werkelijkheid en onze identiteit, aldus de neuroloog Oliver Sacks. Artsen breken in dat verhaal in, we onderbreken zelfs het verhaal van de patiënt in een poging de klachten snel te herleiden tot een diagnose. Dat is ons zo geleerd en beschermt ons tegen lastige emoties. We diagnosticeren de beenbreuk maar missen daarom gemakkelijk de betekenis van die fractuur en de gevolgen voor het leven van de individuele patiënt. We stellen vast dat het om eczeem gaat maar zien de afkeer van het eigen lichaam en de schaamte over het hoofd. Het <strong>wat</strong> heeft de patiënt neemt soms het zicht op <strong>wie</strong> is deze patiënt weg. Verhalen bieden een uitweg uit dit dilemma. Isarin maakt duidelijk dat we door te blijven luisteren naar het verhaal van de patiënt kunnen ontsnappen aan het dualisme van het wie of het wat. Het verhaal overbrugt die kloof. Het vergroot het wederzijds inzicht en het onderling begrip. Verhalen maken mensen herkenbaar en boeiend. Een arts die verhalen van patiënten tot zich door laat dringen, vergroot de kans op genezing of anders acceptatie van ziekte. En dat is een hele uitdaging in een tijd van wachtlijsten en volle wachtkamers.</p>
<p>N.a.v. Kind als geen ander. Moeders van gehandicapte kinderen tussen wie en wat.</p>
<p>Auteur  Jet Isarin. Uitgever Damon bv te Budel. ISBN 90 5573 510 8. €16.90, 247 blz.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/01/19/kind-als-geen-ander/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nobelprijswinnaar neemt homeopathie serieus</title>
		<link>http://www.stolper.nl/2011/01/13/nobelprijswinnaar-neemt-homeopathy-serieus/</link>
		<comments>http://www.stolper.nl/2011/01/13/nobelprijswinnaar-neemt-homeopathy-serieus/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Jan 2011 16:28:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[electromagnetische golven]]></category>
		<category><![CDATA[extreme verdunningen]]></category>
		<category><![CDATA[science]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.stolper.nl/?p=400</guid>
		<description><![CDATA[Nobelprijswinnaar Luc Montagnier in interview in Science (dec.2010): “Ik kan niet zeggen dat homeopathie in het geheel klopt. Wat ik nu kan zeggen dat de hoge verdunningen juist zijn. Hoge verdunningen van iets zijn niet niets. Het zijn waterstructuren die de originele moleculen nabootsen.”
 <a href="http://www.stolper.nl/2011/01/13/nobelprijswinnaar-neemt-homeopathy-serieus/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In een zeer opmerkelijk interview dat gepubliceerd is in SCIENCE magazine van 24 december 2010 beschrijft professor Luc Montagnier, een Franse viroloog die mede-ontdekker is van het HIV en die de Nobelprijs won in 2008, zijn nieuwste werk dat significante implicaties heeft voor de homeopathie.</p>
<p>Montagnier, die ook oprichter en voorzitter is van de World Foundation for AIDS Research and Prevention, doet de volgende krachtige uitspraak over homeopathie en homeopathische doses: “Ik kan niet zeggen dat homeopathie in het geheel klopt. Wat ik nu kan zeggen dat de hoge verdunningen juist zijn. Hoge verdunningen van iets zijn niet niets. Het zijn waterstructuren die de originele moleculen nabootsen.”</p>
<p>In een studie die werd gepubliceerd in 2009 toonde Montagnier aan dat bepaalde bacteriële DNA-strengen in staat zijn om elektromagnetische golven te induceren, zelfs bij hoge waterige verdunningen van 10^18. Deze studie vormde een belangrijke bijdrage tot het toenemende bewijs in fundamenteel onderzoek met directe relevantie voor de homeopathie.</p>
<p>Montagnier zal de leiding op zich nemen van een nieuw onderzoeksinstituut aan de Jiaotong universiteit in Shanghai en is van plan om het fenomeen te bestuderen van elektromagnetische golven die door DNA in water worden voortgebracht. Zijn onderzoeksteam zal zowel de theoretische basis bestuderen als de mogelijke toepassingen in de geneeskunde.</p>
<p>In het interview zegt Montagnier dat hij dit onderzoek niet kan voortzetten in Frankrijk omdat hij daar niet veel fondsen heeft. Vanwege de Franse pensioenwetten mag hij niet langer in een overheidsinstituut werken. Maar er is ook een andere reden. Toen hij gelden uit andere bronnen wilde aanwenden, werd hem dit geweigerd. Montagnier meent dat er in Europa een soort angst heerst rond dit onderwerp.</p>
<p>In dit verband verwijst hij naar dr. Jacques Benveniste, een Franse arts/wetenschapper die onderzoek verrichte naar homeopathische doses. Montagnier beschouwt hem als een “moderne Galileo.” “Benveniste werd door iedereen uitgestoten, omdat hij te ver vooruit was. Hij verloor alles, zijn laboratorium, zijn geld… Ik denk dat hij grotendeels gelijk had, maar het probleem was dat zijn resultaten niet 100% reproduceerbaar waren.” “Er is mij verteld dat sommige mensen Benveniste’s resultaten gereproduceerd hebben, maar dat ze bang zijn om ze te publiceren vanwege de intellectuele terreur van mensen die het niet begrijpen.”</p>
<p>Montagnier is niet bezorgd dat zijn collega’s zullen denken dat hij in pseudowetenschap terecht is gekomen. Hij antwoordde onverschrokken: “Nee, omdat het geen pseudowetenschap is. Het is geen kwakzalverij. Dit zijn werkelijke fenomenen die verdere studie verdienen.”</p>
<p>Het volledige interview is beschiknaar op de website van Science: <a title="http://www.sciencemag.org" href="http://www.sciencemag.org" target="_blank">http://www.sciencemag.org</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.stolper.nl/2011/01/13/nobelprijswinnaar-neemt-homeopathy-serieus/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

