door C.F.Stolper, huisarts
en homeopathisch arts
Kinderen kunnen net als
volwassenen een depressie krijgen, maar de symptomen verschillen nogal. De
depressie wordt makkelijk over het hoofd gezien omdat andere klachten op de
voorgrond staan. De fase van ontwikkeling van het kind bepaalt mee de manier
waarop een depressie tot uiting komt.
Dertig jaar geleden kwam
dit ziektebeeld niet voor in de handboeken. Tegenwoordig wordt de diagnose
regelmatig gesteld. Men schat dat 1 op de 20-40 kinderen op de basisschool een
vorm van depressie heeft, vergelijkbaar met de frequentie van ADHD. Terwijl
ouders of leerkrachten de laatste diagnose regelmatig overwegen, wordt de
eerste moeilijker herkend.
Dit wordt geen vrolijk
artikel. De winst van het lezen ervan zit hem vooral in het mogelijk herkennen
van het ziektebeeld bij uw of andere kinderen. Zij zijn erbij gebaat.
Hele jonge depressieve
kinderen blijven achter in groei en
ontwikkeling zonder dat er een lichamelijke oorzaak voor kan worden gevonden.
Ze huilen veel, slapen slecht, eten weinig terwijl contact maken moeilijk is.
Door het kind geduldig te observeren en te letten op gelaatsuitdrukking en
gedrag, zijn de symptomen van een depressie te zien.
Peuters en kleuters die depressief zijn, huilen ook veel, zijn gauw
geïrriteerd en vertonen weinig interesse voor de omgeving. Ze kunnen driftig
reageren, wat rondhangen zonder te spelen, weinig eten en slaapproblemen
ontwikkelen.
Pas met het achtste jaar
beginnen depressieve kinderen wat op depressieve volwassenen te lijken. Ze zijn
immers beter in staat hun gevoelens onder woorden te brengen, zoals “ik voel me
rot” of “ik ben snel boos de laatste tijd”. Buikpijn of hoofdpijn kan een
uiting van een depressie zijn. Het kind heeft geen zin meer in school, verveelt
zich en ergert zich snel. Dat gedrag roept negatieve reacties op bij ouders of
leerkrachten of medeleerlingen waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan.
Depressieve tieners en
adolescenten zijn vooral somber en
lusteloos. Tijdens de puberteit is een humeurige of geïrriteerde stemming niet
ongewoon zodat de mogelijkheid van een depressie automatisch wat lager staat in
het rijtje mogelijke diagnoses. En tieners kunnen hun depressieve stemming
verbergen achter asociaal gedrag, spijbelen of drugsgebruik. Ook hier zijn
slaapstoornissen en eetproblemen een belangrijk alarmsignaal.
Depressies gaan soms gepaard
met andere psychiatrische problematiek, zoals angsten, dwangstoornissen, ADHD e.a. Doodswensgedachten komen zowel bij
jonge als bij oudere depressieve kinderen voor en verdienen serieuze aandacht.
Ook gezonde kinderen voelen
zich wel eens een periode somber. Soms zijn daar goede redenen voor. Er gebeurt
immers van alles in de wereld om hen heen, ook vervelende, verdrietige of
angstige gebeurtenissen, dichtbij of verder weg. Er zijn kinderen die zo
gevoelig zijn, dat er niet eens zoveel hoeft te gebeuren of ze zijn van slag. Van
een echte depressie is echter pas sprake als bovenbeschreven symptomen langere
tijd bestaan en het gewone dagelijkse leven in behoorlijke mate beïnvloeden.
Erfelijke factoren spelen
een duidelijke rol. In bepaalde families komen depressies veel vaker voor.
Kinderen van een depressieve ouder lopen sowieso een groter risico een
depressie te ontwikkelen. Dat kan te maken hebben met tekort schietende zorg of
met de manier waarop het kind in het gezin leert omgaan met teleurstellingen,
zorgen en conflicten.
De behandeling wordt op
meerdere fronten uitgevoerd. Er zijn goede medicijnen, zowel bij een huisarts
als een homeopathisch arts. Maar daarnaast kan een therapie die gericht is op
ontdekkende en steunende gesprekken met het kind en met andere gezinsleden heel
effectief zijn. Vaak is het verstandig de school te betrekken bij de aanpak.
Het hangt van de ontwikkelingsfase van het kind af welke benadering(en) gekozen
worden.
De kans op een terugval is
helaas nogal groot. Na een periode van twee jaar zien we bij 40% opnieuw
depressieve stoornissen ontstaan. Na vijf jaar loopt dat risico op tot 70%,
aldus onderzoekers.