Kinderartsen relatief positief over alternatieve geneeswijzen.

In een artikel in een Europees blad voor kindergeneeskunde (Eur J Pediatr, online 27 oktober 2010) wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de houding van Nederlandse kinderartsen tegenover complementaire en alternatieve geneeswijzen (Attitudes toward complementary and alternative medicine: a national survey among peadiatricians in the Netherlands). De conclusie van de onderzoekers -A.M.Vlieger, M.vanVliet en M.C. de Jong- is dat een significante groep kinderartsen positief staat tegenover deze geneeswijzen en ook kinderen verwijst voor behandeling. De meerderheid echter vraagt patiënten niet uit over het gebruik van alternatieve medicaties en lijkt ook weinig kennis te hebben van complementaire en alternatieve geneeswijzen.

Geplaatst in Nieuws | Getagged , , | Reageren uitgeschakeld

Galbulten

Galbulten of netelroos zijn namen voor een lastige  maar onschuldige huidafwijking . Galbulten ontwikkelen zich in korte tijd als een heftig jeukende uitslag die begint met rode vlekjes maar als snel in bultjes overgaat. Deze uitslag lijkt meestal sprekend op de jeukbulten die ontstaan na contact met een brandnetel. Brandnetels bevatten de stof histamine die deze huidreactie teweeg brengt. Het Latijnse woord voor brandnetel is urtica en daarom heten de galbulten ook wel urticaria.

Histamine

Histamine ligt opgeslagen in bepaalde huidcellen. Die cellen kunnen onder invloed van diverse prikkels de histaminevoorraad lozen en dat geeft weer een locale verwijding van de kleine bloedvaatjes met bulten en jeuk als gevolg.

De aandoening wordt gemakkelijk herkend omdat in de meeste gevallen de jeukende plekken snel opkomen en binnen enkele uren weer verdwijnen. De klachten kunnen wel in de loop van enkele weken vele malen terug komen maar doven uiteindelijk vaak uit. Bij kinderen onder de tien jaar is de meer chronische variant waarbij de klachten steeds blijven terugkeren, eigenlijk zeldzaam. Onderzoek is alleen zinvol bij chronische klachten en leidt helaas in slechts 40 % tot het vinden van één van de talloze oorzaken.

Oorzaken

Voedingsmiddelen als vis, noten en vruchten zijn in 10-20% van de gevallen de oorzaak. Ook toevoegingen aan voeding als conserveringsmiddelen en kleurstoffen kunnen de boosdoener zijn. Geneesmiddelen zoals pijnstillers of antibiotica horen in het rijtje thuis. Soms zien we deze klachten ontstaan tijdens een infectieziekte zonder dat duidelijk is waarom. Er zijn mensen die op kou reageren met deze bulten of juist op warmte en zonlicht. Schimmelsporen of dierlijke huidschilfers en bepaalde insectenbeten zijn soms verantwoordelijk voor het ontstaan van galbulten. Een opvallende vorm is de inspanningsurticaria. Na inspanning als lekker sporten of ook na emotionele stress verschijnen de kleine, hinderlijk jeukende bultjes. Belangrijk om te weten is dat acuut ontstane galbulten vaak na 6 weken verdwenen zijn en meestal veroorzaakt worden door een virale infectie en dus niet door een allergie.

Antihistaminica

Als er een oorzaak gevonden wordt met behulp van vragenlijsten, onderzoek en van proefdiëten kan het probleem worden vermeden. In heel wat gevallen is er geen verklaring van de klachten te geven. Dan is het mogelijk zogenaamde antihistaminica in te zetten. Die medicijnen remmen de afgifte van histamine en voorkomen de jeuk en de bulten. Het zijn vaak dezelfde medicijnen die voor hooikoorts worden ingezet. Homeopathische middelen kunnen ook zeer effectief zijn.

Geplaatst in Algemeen, Artikelen | Getagged , , | Reageren uitgeschakeld

Huisartsen met kennis aanvullende geneeswijzen werken goedkoop

Onderzoek van de Tilburgse hoogleraar Gezondheidseconomoie Peter Kooreman en de Leidse lector Erik Baars wijst uit dat huisartsen die zich hebben geschoold in de homeopathie, antroposofie of acupunctuur veel goedkoper werken dan collega’s die deze kennis niet hebben. Ongeveer 4 procent van de Nederlandse huisartsen heeft een opleiding in aanvullende geneeswijzen gedaan. In deze groep zijn de zorgkosten ongeveer 15 procent lager, doordat minder medicijnen voorgeschreven worden en door minder ziekenhuisopnames. Volgens de onderzoekers worden deze verschillen veroorzaakt door ander gedrag van patient en arts. Patienten die voor een complementair werkende huisarts kiezen zijn eerder geneigd af te wachten dan medicatie te nemen. Complementair werkende artsen zijn meer gericht op het aanspreken van het zelfherstellend vermogen van patienten en terughoudender in het voorschrijven van gewone medicijnen. De onderzoekers vonden geen aanwijzingen dat patienten van complementair werkende artsen onvoldoende zorg kregen. Hun patienten hebben zelfs een iets hogere levensverwachting dan patienten van reguliere huisartsen.

Meer info op htttp://members.ziggo.nl/peterkooreman/gpcs.pdf

Geplaatst in Nieuws | Getagged , , , , | Reageren uitgeschakeld

Te kort of te lang?

“Hé, kleintje!” klinkt het over straat als Jaap voorbij komt. Jaap baalt daar behoorlijk van. Hij is inderdaad wat wij noemen ‘klein voor zijn leeftijd’. Voor jongens is dat meestal niet leuk. Omgekeerd willen meisjes liever niet zo lang wor­den. Elk jaar worden er 185.000 kinderen geboren en van hen hebben 42oo een kleine lichaamslengte.

Er was eens een Griek die hoog in de bergen een bergpas be­waakte. Iedere reiziger die de pas wilde passeren, moest een nacht in zijn huis doorbrengen in een speciaal bed. Alleen wanneer je precies in dat bed paste, mocht je de pas passeren. Paste je niet, dan werd je tot de juiste maat uitge­rekt of een stukje kleiner gemaakt. Zo ging dat vroeger: niet te lang en niet te kort.

Rekensom

Als je bang bent dat je te lang wordt of te klein blijft kun je daarvoor naar de dokter gaan. Een enkele keer kan de dokter er ook wat aan doen. Lengtegroei heeft heel veel te maken met de lengte van de ouders. Je kunt zelf een grove schatting doen over de uiteindelijk lengte van je kind met behulp van een rekensommetje. Al blijft dat niet meer dan een heel voor­zich­tige voor­spel­ling. Voor een meisje geldt: tel de lengte van vader en moeder op, trek daar twaalf cm vanaf; neem van dat getal de helft en tel daar weer twee bij op. Dan heb je een schat­ting van de uiteinde­lijke lengte. Het kan acht centimeter meer of minder zijn. Voor jongens kan je ongeveer dezelfde reken­som gebruiken: tel de lengte van de ouders bij elkaar op, doe daar twaalf bij, deel dat getal door twee, tel daar weer vier bij op en je hebt de geschatte uiteindelijke leng­temaat van een jongen met een afwijking van acht cm.

Groeistoornissen

Als je de te verwachten lengte van je kind wilt weten is het ook belang­rijk de groeicurve vanaf de geboorte erbij te nemen. Volgt de lijn van de curve een vaste, gemiddelde koers, dan vind je aan het eind van de curve de uitein­de­lijk verwach­te lengte. Wan­neer de curve afwijkt, is er reden voor nader onder­zoek. Huisartsen en jeugdartsen horen op dit gebied nauw samen te werken omdat zij beiden vaak meetgegevens hebben op diverse tijdstippen in de ontwikkeling van het kind.

Er zijn diverse oorzaken aan te wijzen voor groeistoornissen. In 80% van een kleine lichaamslengte wordt er geen oorzaak gevonden en is er alleen maar sprake van een kleine gestalte.

De oorzaak kan een groeistoornis in het bot zijn. Een chronische ziekte, schild­klier­pro­blemen, gebrek aan groeihor­moon, anorexi­a en soms ook chro­nisch gebruik van inhalatie-medi­cijnen met bij­nier­schors­hormo­nen bij astma kunnen een te kleine lichaamslengte tot gevolg hebben.

Puberteit

Vaak wordt voor de voorspelling van de uiteindelijke lengte een botfoto gemaakt van de hand. Dat doet men om te beoordelen of de skelet­leeftijd overeen komt met de kalenderleeftijd. Een cor­recte voorspelling hangt sterk af van het moment­ dat de puber­teit begint en dus de groeispurt plaats­vindt.

Voor een meisje begint de puberteit wanneer er borst­ontwikke­ling p­laatsvindt. Bij een jongen start die periode wanneer de zaadbal­letjes gaan groeien. Schaam­haargroei begint wel vaak in de­zelfde periode, maar kan ook eerder of later starten.

Je kunt grofweg stellen dat een meisje nog gemiddeld 20 centi­meter doorgroeit in de puberteit. Voor een jongen staat daar 25 centimeter voor. Na de puberteit, daarmee bedoel ik voor een meisje de periode na de eerste men­strua­tie, komt er nog zo’n zes centimeter bij. Begint de puber­teit vroeg, dan is de groei ook vroeg afgelo­pen. Begint de puber­teit laat, dan groeit het kind dus langer door voor de laatste groei­spurt optreedt. Een jongen die nogal klein is en een late puberteit heeft, zal er dus onge­veer 30 cm bij krijgen. Troostwoorden in de geest van “je haalt je vriendjes nog wel in” helpen niet. Hij blijft rela­tief klein. Een lange jongen die laat in de puber­teit komt, kan nog wel 30 cm groei­en en wordt dus wel rela­tief lang.

Afremmen

Omdat het voor meisjes in onze cultuur niet prettig is om lang te zijn, kunnen we iets doen om de groei af te rem­men. Dat kan door het gebruik van hoge doses oestrogenen (vrouwelijke hormo­nen). Het is beter om i.v.m. de bijwerkingen te wachten tot het tweede deel van de puberteit wanneer er totaal nog zo’n 15 cm bij kan komen. Je kunt dan beter overzien of je werkelijk te lang wordt. De groei stopt dadelijk na de start van de behan­deling.

Voor jongens die te lang worden, is geen goede behan­deling met medicijnen beschik­baar. Je kunt eventueel via opera­ties de groei­schij­ven stil­leggen, maar dat is een inge­wikkelde behan­deling, die niet gauw wordt geadviseerd.

Meer informatie is te vinden op www.tno.nl/groei of bij http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven/NHGPatientenbrief/PBD13a.htm

Geplaatst in Algemeen, Artikelen | Getagged , | Reageren uitgeschakeld

Traanoogjes bij baby’s

Regelmatig wordt een huisarts geconfronteerd met een vraag over een tranend oogje bij een baby. Het gaat meestal maar om een oogje, waar voortdurend traanvocht uitkomt, vooral in de frisse buitenlucht. Soms zitten er korstjes in de hoeken of komt er wat etter uit. In ieder geval wordt een mooie baby er toch iets minder mooi van. Nogal eens komen deze kinderen bij de oogarts terecht die soms met een sonde de traanbuis doorprikt.

Haast normaal

Het gaat hier echter om een onschuldige afwijking die zo vaak voorkomt dat het haast normaal genoemd kan worden. Bij 70% van de pasgeborenen zit er een vliesje, een membraan in het traanbuisje dat de afvoer van het traanvocht tegenhoudt. Dat vliesje is op de leeftijd van 3 maanden bij zeven van de tien kinderen vanzelf verdwenen en op de leeftijd van 1 jaar bij negen van de tien kinderen.

Traanfilm

Een oog produceert de hele dag door traanvocht; er ligt een traanfilm over de oogbol zodat het prettig vochtig blijft, de oogleden zonder moeite over de oogbol glijden en stof en ander vuil met het vocht mee afgevoerd worden.. Het traanvocht wordt geproduceerd door de traanklieren die onder de bovenste oogleden liggen. Het wordt in de ooghoeken  opgevangen in de traanbuisjes en langs deze route  komt het traanvocht uiteindelijk in de neus terecht. Er zijn naast het gewone huilen diverse prikkels mogelijk die een verhoging van de productie van het traanvocht veroorzaken, zoals een plotselinge temperatuurswisseling, bv een overgang van warme naar koude lucht, een stoffige omgeving, mist ed. Die veroorzaken via een reflex een grotere aanvoer van traanvocht. De ene mens is daar gevoeliger voor dan de andere. Is de traanbuis verstopt, dan loopt het traanvocht via de wang weg.

 Risico’s

Door het wrijven van het kind kan er secundair een bindweefselontsteking ontstaan, waardoor antiobiotische ooggel noodzakelijk wordt.. Een oogarts probeert soms met een sonde het traanbuisje open te maken, maar dit is niet zonder risico. De bekleding van het traanbuisje is bijzonder kwetsbaar zodat maar al te gemakkelijk na het sonderen verlittekening en verkleving kan ontstaan en het buisje opnieuw verstopt raakt.

Het beste advies is dus af te wachten tot de eerste verjaardag, omdat tegen die tijd bij de meeste kinderen de klacht spontaan verdwenen is. Tot dan volstaat schoonvegen in de richting van de neus, met een kompres in water gedrenkt. Blijft de klacht  bestaan, dan is een verwijzing naar een oogarts zinvol geworden.

Geplaatst in Algemeen, Artikelen | Getagged , | Reageren uitgeschakeld

Hoofdpijn bij kinderen

Hoofdpijn komt onder kinderen veel voor. Bijna de helft heeft  twee maal per jaar hoofdpijn. Een op de tien heeft wel tweemaal per maand forse hoofdpijn.  De huisarts ziet dus regelmatig kinderen met hoofdpijn op het spreekuur.  Maar hoofdpijn is geen ziekte, eerder een symptoom van een ander, mogelijk dieper liggend probleem. En daar moet het onderzoek zich op richten voor een behandeling wordt ingesteld.

Acute hoofdpijn

De meeste acute hoofdpijn komt door een infectie aan de bovenste luchtwegen, met name in de bijholten. Een kind kan daar behoorlijk ziek van zijn met koorts, verkoudheid en pijn in voorhoofd of wangstreek. Bukken verergert de pijn. Meestal gaat het over met stomen en neusdruppels. Eventueel zijn krachtiger maatregelen nodig.

Een hersenschudding kan hoofdpijn opleveren, met misselijkheid en braken, maar de pijn is tijdelijk.

Kinderen met hersenvliesontsteking hebben acute hoofdpijn, maar zijn ernstig ziek met overgeven, sufheid en nekstijfheid.

Migraine

Kinderen kunnen behoorlijke migraineaanvallen hebben, maar kortdurend. Misselijkheid en overgeven staan op de voorgrond. Lichamelijke inspanning verergert de aanval terwijl lawaai of licht als vervelend worden ervaren. De pijn wordt niet altijd duidelijk op een bepaalde plek ervaren. Soms gaat er een “aura” aan vooraf; dat is een soort waarschuwingsteken dat er migraine aan komt. Vlekken voor de ogen, stukken weg uit het gezichtsveld, minder goed uit je woorden kunnen komen, klachten van arm of been, ze kunnen allemaal voorboden zijn. De aanval kan gestopt worden met behulp van medicijnen. Als de aanvallen vaak voorkomen, lijkt overleg met de huisarts nodig om elke dag medicijnen te slikken ter voorkoming.

Chronische hoofdpijn

Spanningshoofdpijn is verreweg de meest voorkomende vorm van chronische hoofdpijn bij kinderen. Toch wordt niet altijd een bron van spanning gevonden. Het gaat om een drukkende pijn, een soort bandgevoel, veroorzaakt door een te hoge spierspanning die vaak in de loop van de dag optreedt. De pijn wisselt van plek en is niet zo hevig dat de dagelijkse activiteiten worden gestopt. Lichamelijke inspanning heeft weinig invloed.

Simpele oorzaken

Er zijn vele –ook gemakkelijk te behandelen- oorzaken aan te wijzen. Slaaptekort is er zo een. Het kind gaat te laat naar bed en leest nog een tijdje een spannende boek. Of het kan niet inslapen na alle informatie via tv. Cola en koffie houden hersens wakker. Cola op zich kan hoofdpijn uitlokken bij kinderen die daar gevoelig voor zijn. En een bezoek aan de opticien zal snel duidelijk maken of een bril nodig is.

Paracetamol

Er zijn kinderen die elke dag uit voorzorg of om de lichte hoofdpijn met wakker worden paracetamol slikken. Paracetamol is een goede pijnstiller, maar kan bij dagelijks gebruik merkwaardig genoeg ook hoofdpijn veroorzaken. Door het helemaal te stoppen weet je na een week van verergering meestal precies hoeveel hoofdpijn er overblijft.

Schoollokalen en schoolmeubilair

Onfrisse en slecht geventileerde schoollokalen,  kunnen een bron voor chronische hoofdpijn zijn. Het is er te warm. Het voelt benauwd aan als je binnen stapt. Een deur kan niet lang open staan in verband met geloop op de gang. Een open raam geeft lawaai van buiten door. Al gauw komt er zo weinig frisse lucht binnen. Een vol lokaal werkt hoofdpijn in de hand bij daarvoor gevoelige kinderen. Dichtbij een CV zitten kan bijdragen aan de hoofdpijn.

Brugklassers zitten meestal op dezelfde stoelen als kinderen in VWO-6. Dat ze daar rug- en nekklachten van krijgen met uitstralende pijn naar het hoofd, is niet vreemd.

Psycholoog

Wanneer er geen duidelijke aanleiding van buitenaf gevonden wordt, blijken stress en spanningen op de achtergrond soms de veroorzakers te zijn. Dat kan te maken hebben met prestaties die kinderen –soms boven hun niveau- moeten leveren. Of met spanningen in gezin of klas.Een deskundige psycholoog kan helpen problemen te verhelderen en oplossingen te vinden.

Homeopathie

Hoofdpijn is een van de meest voorkomende klachten waar een homeopathisch arts op het spreekuur mee te maken krijgt. Over het algemeen zijn homeopathische middelen hiervoor bij kinderen nogal effectief. Er zijn enkele tientallen middelen die voor hoofdpijn het meeste worden ingezet. Per kind moet worden bekeken welk middel de meeste kans van slagen heeft.

Geplaatst in Algemeen, Artikelen | Getagged , | Reageren uitgeschakeld

Zelfbevrediging bij kleuters

Henk is een jongetje van ruim twee jaar met –zoals zijn moeder het uitdrukt- epilepsieachtige aanvallen. Die aanvallen komen bijna dagelijks voor, vooral als Henk tot rust komt. Hij spant dan zijn lichaam, klampt zich vast aan een been van zijn moeder of ligt met gekruiste benen op de grond, krijgt een rood hoofd en begint te zweten. Tijdens de aanval is hij normaal aanspreekbaar, verslapt even om te reageren maar gaat vervolgens gewoon door met spannen. Na afloop is hij suffig en valt soms in slaap. Hij plast niet in zijn broek tijdens een aanval, die zich meerdere keren per dag kan voordoen. Voor het slapen gaan is het vaste prik. Henk noemt het zelf “even spannen” en lijkt het niet als onplezierig te ervaren.

Terwijl Henk’s moeder het verhaal aan de huisarts vertelt, ligt Henk op de grond te spelen met lego. Even later demonstreert hij precies wat zijn moeder al vertelde. Voor de huisarts is de diagnose helder: het gaat hier om kleutermasturbatie, een vorm van zelfbevrediging.

 Al heel jong

 Kleutermasturbatie is een veel voorkomend verschijnsel, vooral bij meisjes. Volgens de boeken  treedt het al op bij baby’s van twee maanden. Wanneer het niet direct wordt herkend, volgt een hele reeks overbodig medisch onderzoek om ongerustheid weg te nemen.

Het gaat meestal weer over met het vierde leeftijdsjaar. Het kind neemt een typische houding aan met aanspannen van de dijspieren of door druk van een voorwerp tussen de benen, krijgt een rood hoofd, met een wat onregelmatige, soms kreunende ademhaling en begint te zweten. Het blijft goed aanspreekbaar, terwijl het zo minuten tot uren bezig kan zijn.

Vroeger dacht men dat verborgen psychiatrische afwijkingen de oorzaak van dit gedrag waren, maar daar zijn geen aanwijzingen voor. Het kan voor de arts heel verhelderend zijn wanneer er een video-opname gemaakt is van het gedrag, want dan zal de diagnose snel gesteld kunnen worden.

 Conclusie

 Kleutermasturbatie is dus een onschuldig verschijnsel dat maar het beste kan worden genegeerd door de ouders. Gebeurt het in het openbaar, dan kan lichte druk van de kant van de ouders genoeg zijn om het kind te laten ophouden.

Het heeft geen nadelige gevolgen voor het kind en het verdwijnt in de loop van de jaren vanzelf weer.

Geplaatst in Algemeen, Artikelen | Getagged , | Reageren uitgeschakeld

Peuterdiarree

Jan, een peuter nog, heeft al een paar maanden last van diar­ree. Het begon allemaal met een onschuldige buikgriep waar ook de andere kinderen last van hadden. Maar Jan hield de diarree en komt er maar niet vanaf. Zijn moeder heeft al van alles gepro­beerd met de voeding, maar zonder resultaat. Hij heeft ongeveer zes maal per dag ontlasting, meestal waterdun. Je ziet vaak voedingsresten in de ont­lasting en soms lijkt het wel of het eten er na enkele uren alweer halfverteerd uit komt. De eerste ontlasting ‘s morgens vroeg lijkt nog het meest normaal. Zijn moeder geeft hem veel te drinken, met name appelsap. Verder krijgt hij in verband met zijn diarree licht verteerbaar voedsel als wit brood, halfvolle melk en vetarme producten. Jan maakt overigens een kerngezonde indruk, groeit goed, is vrolijk en heeft helemaal niet te lijden onder zijn diarree in tegenstel­ling tot zijn moeder die simpel wordt van alle was. Jan slaapt gelukkig goed en heeft merkwaar­dig genoeg ‘s nachts nooit diarree.

 Verschillende oorzaken

Er zijn nogal wat oorzaken bekend van diarree bij peuters. Het kan zijn dat bepaalde stoffen in de darmen niet voldoende worden opgenomen, bijvoorbeeld doordat een voedingsstof als gluten niet door de darmen wordt verdragen. Door de beschadi­ging van de darmwand wordt de opname van andere voedingsstof­fen geremd en de samenstelling van de darminhoud gewijzigd. Gevolgen zijn een opgeblazen buik en diarree. De darm speelt een centrale rol in onze gezondheid zodat dit soort problemen doorwerken in de groei en in de algemene conditie. Het kind groeit niet goed meer en zit niet lekker in zijn vel.

Ook parasieten kunnen chronische diarree veroorzaken en over­gevoeligheid voor bepaald voedsel als melk. Soms is diar­ree een uiting van verstopping: bij de anus zit een harde prop waarlangs de dunne ontlasting sijpelt. Vaak is er dan ook buikpijn.

 Normaal eten

Bij Jan is er van dit alles geen sprake. We noemen zijn pro­bleem simpelweg peuterdiarree en we weten niet precies hoe het komt. Waarschijnlijk speelt de voeding een rol. Door de buik­griep is de darmwand wat beschadigd en is indertijd de diarree ontstaan. De moeder van Jan paste zijn dieet aan: lichtver­teerbaar, vetarm en veel vocht. Dat dieet kan echter na de acute fase van de buikgriep juist het ontstaan van diarree bevorderen. Jan moet van haar veel drin­ken, met name appelsap. Van heldere appelsap is bekend dat het diarree kan veroorzaken doordat er voor kinder­darmpjes teveel fructose inzit vergele­ken met de glucose. Er is ook troebele appelsap verkrijgbaar dat zonder verdere bewerking bereid is uit ge­perste appels. De vezels zitten er nog in en voorkomen diarree. Vezelrijk eten is belangrijk om het vocht vast te houden en de ontlas­ting volume te geven. Verder is het verstandig te zorgen voor voldoende vettoevoer, bij­voorbeeld door gebruik van volle melk en wat extra boter op de boterham.

Jan was na aanpassing van zijn eten – eigenlijk door weer normaal te gaan eten – binnen twee weken van zijn klachten af. Bij twijfel aan de diagnose is het verstan­dig de groei in de gaten te houden. Buigt de groeicurve af, dan is er reden voor uitge­breider onderzoek.

Geplaatst in Algemeen, Artikelen | Getagged | Reageren uitgeschakeld

Voorkomt borstvoeding zwangerschap?

Ook in christelijke kringen zijn bepaalde vormen van anticonceptie breed geaccepteerd. We krijgen kinderen en ontvangen ze uit Gods hand. Tegelijkertijd telt ieders verantwoordelijkheid om mogelijkheden van zorg af te wegen tegen het verlangen naar meer kinderen en Gods opdracht om vruchtbaar te zijn. Die afweging zal in gebed en in geloof gemaakt worden.

Er zijn heel wat vormen van anticonceptie, van de bekende pil tot het spiraaltje en de natuurlijke vruchtbaarheidsmethode. Met de laatste methode wordt met behulp van temperatuur en andere aanwijzingen het moment van vruchtbaar zijn bepaald. Of al die methoden ethisch gezien voor een christen verantwoord zijn, is een reële vraag maar daar gaat het in dit artikel nu niet over. Deze keer zullen we ons afvragen of borstvoeding een volgende zwangerschap kan voorkomen. Die kwestie is vooral actueel in ontwikkelingslanden omdat daar borstvoeding gebruikelijker is door een gebrek aan flesvoeding of aan schoon water. Maar ook in Nederland kunnen vrouwen die borstvoeding geven, zich afvragen hoe goed en hoe lang borstvoeding beschermt tegen zwangerschap.

 Geen eisprong

Lange tijd gold borstvoeding als een achterhaalde methode om een volgende zwangerschap te voorkomen. Des te opmerkelijker is het dat de WHO –de wereldgezondheidorganisatie- enkele jaren geleden borstvoeding als geboorteregelingmethode officieel heeft erkend. Hoe in het lichaam dit anticonceptieve – dus geen eisprong- effect tot stand komt, is niet helemaal opgehelderd. Een ingewikkeld samenspel van bepaalde hormonen die na de bevalling en door het aan de borst leggen van het kind, vrijkomen, dragen in belangrijke mate aan dit effect bij. Met name het hormoon prolactine dat de melkaanmaak stimuleert, speelt een belangrijke rol. Hoe meer prolactine, hoe meer melkproductie maar ook hoe groter het remmend effect op de eisprong zal zijn. Zo valt te begrijpen dat naarmate een baby vaker wordt aangelegd, borstvoeding de vruchtbaarheid aanzienlijk vermindert. Vrouwen die op vaste tijden hun kinderen borstvoeding geven, bleken in een onderzoek sneller weer een eisprong te hebben dan zij die steeds voedden als het kind aangaf honger te hebben.

De WHO heeft als conclusie geformuleerd dat borstvoeding in de eerste zes maanden na een bevalling voor meer dan 98% bescherming biedt tegen zwangerschap, indien een vrouw volledige borstvoeding geeft en in deze periode niet menstrueert. Er zijn zelfs aanwijzingen dat deze periode wel een jaar zou kunnen zijn. Verschillende onderzoekers berekenden dat de kans op zwangerschap in de eerste zes maanden hooguit 0.7% was. Als begonnen wordt met bijvoeding te geven, loopt de kans op zwangerschap op tot 3-6%. Na een half jaar borstvoeding wordt het waarschijnlijker dat er toch weer een eisprong gaat optreden, zelfs al voorafgaand aan de eerste menstruatie. Dat verklaart het feit dat sommige vrouwen ondanks borstvoeding na een half jaar zwanger worden, ook al is er nog geen menstruatie geweest.

Samenvattend: borstvoeding beschermt het eerste half jaar na de bevalling heel goed, als er geen andere voeding wordt bijgegeven en er geen menstruatie optreedt.

Geplaatst in Algemeen, Artikelen | Getagged , | Reageren uitgeschakeld

Hoge bloeddruk bij kinderen

Voor de zoveelste keer komt Janneke(8 jaar) bij de huisarts. Ze heeft een regelmatig terugke­rende mi­graine. De laatste tijd zelfs bijna dagelijks. De neuroloog kon indertijd geen verkla­ring vinden voor haar klachten. In de familie komt wel mi­graine voor en ook hoge bloeddruk. Dat is de reden dat de huisarts deze keer ook haar bloeddruk meet. Hij gebruikt daarvoor een band om de arm met een speciale kindermaat, die tweederde van de bovenarm bedekt. Zou hij de volwassen maat gebruiken, dan zou de bloed­druk­meting te lage waarden geven. De bloeddruk van Janneke blijkt 130 over 85 te zijn, op het eerste gezicht een accepta­bele waarde. Maar bij kinderen zijn de normaalwaarden veel lager. Er zijn speciale tabellen,  waaruit je die normaalwaar­den per leeftijd kan aflezen. Voor Janneke mogen die waarden hoogstens 115 over 75 zijn. De huisarts loopt haar medi­sche geschiedenis nog eens na en realiseert zich dat Janneke nogal eens urinewe­ginfecties heeft gehad. Janneke’s moeder bevestigt dit en vindt nog steeds dat de urine een wat vieze geur heeft, hoewel Janneke geen pijn met plassen heeft. Bij urineonderzoek blijkt er opnieuw sprake te zijn van ont­ste­king, misschien wel van chronische ontste­king. De urine wordt op kweek gezet en Janne­ke moet naar het zieken­huis voor een echo van de nieren. Misschien zit daar de reden van de hoge bloeddruk en van haar migraine. De echo levert geen afwijkin­gen op. Janneke wordt naar de kinderarts verwezen die met een speciale scan aantoont dat door de steeds terugke­rende urine­weginfecties er littekens in de nieren zijn ont­staan. De filterwerking van de nieren is beslist niet optimaal meer. Deze afwijkingen vormen een goede verklaring voor het ontstaan van hoge bloeddruk en voor de daardoor optredende hoofdpijn. De nieren regelen immers voor een be­langrijk deel de hoeveelheid vocht in het lichaam en spelen zo een duidelijke rol bij het regelen van de bloeddruk. Met medicijnen wordt de filterwerking van de nieren gestimu­leerd, de bloeddruk naar beneden gebracht en de urine­weginfec­ties bestreden. Regelmatig moet Janneke haar urine laten controle­ren, maar hoofdpijn heeft ze gelukkig niet meer.

 Meestal een oorzaak

Hoge bloeddruk komt bij volwassenen veel voor, maar bij kinde­ren weinig. Bij volwassenen is er vaak geen verklaring voor te vinden, maar wordt toch behandeld om op lange termijn vaatpro­blemen te voorkomen. Bij kinderen wordt in meer dan 90% een oorzaak gevonden, meestal in de nieren, soms in een (vernauw­de) slagader naar de nieren toe en een enkele keer in de aorta, een grote slagader die van het hart afkomt. Vooral bij oudere kinderen zijn er klachten als hoofdpijn, moeheid, misselijkheid en minder goed zien. Wanneer de hoge bloeddruk niet wordt ontdekt en de oorzaak niet behandeld, kan er veel eerder dan bij volwassenen schade ontstaan aan het hart. In ernstige gevallen ontstaan ook problemen in de hersenfunctie.

 Witte jas effecten

Ook bij kinderen kan de zogenaamde “witte jassen hoge bloed­druk” optreden; dat betekent dat het kind kan schrikken van de dokter met zijn apparaten en angstig is, telkens wanneer de bloeddruk wordt opgenomen waardoor de gemeten waarden hoger uitvallen dan ze in werkelijkheid zijn. De specialist beschikt over apparaatjes die de bloeddruk 24 uur per dag opmeten, dus tijdens het gewone leven. Dan blijkt overduidelijk of er sprake is van een witte jassen effect of dat het om een echte hoge bloeddruk gaat. In het laatste geval moet er beslist naar een oorzaak gezocht worden.

Geplaatst in Algemeen, Artikelen | Getagged , | Reageren uitgeschakeld