De dwaalwegen van Cees Renckens

 

door C.F.Stolper, huisarts en arts voor homeopathie

 

Renckens is gynaecoloog en vermaard dan wel berucht voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is onlangs gepromoveerd tot doctor en zijn proefschrift is in de gewone boekhandel verkrijgbaar. Doctor is de hoogste graad in de wetenschappelijke wereld en dat bereik je alleen als je een proeve van wetenschappelijke bekwaamheid hebt afgelegd. In een proefschrift doet een promovendus nauwkeurig verslag van het onderzoek naar antwoorden op vragen die vooraf helder zijn geformuleerd. In het grote veld van de wetenschap probeert de onderzoeker over een klein puzzelstukje uitspraken te doen die zo waar mogelijk zijn. Vaak is dat een hele klus en een goede onderzoeker is jaren bezig onder leiding van hooggeleerde heren of dames zijn veronderstellingen te toetsen aan experimenten en ander onderzoek. Renckens proeve van wetenschappelijke bekwaamheid is 462 bladzijden dik.

 

Vraagstelling

Op de eerste bladzijde al vinden we de vragen geformuleerd. Hij wil ondermeer onderzoek doen naar de betekenis van het begrip kwakzalver en naar de ontwikkeling van de kwakzalverij of alternatieve geneeskunde. Ook wil hij weten wat het resultaat is van het wetenschappelijk onderzoek van alternatieve geneeswijzen en of dat onderzoek in de toekomst zinvol lijkt en gewenst. In aansluiting daarop wil Renckens graag uitzoeken wat de betekenis is van zogenaamde modeziekten in ons land. Hij neemt dan als voorbeeld bekkeninstabiliteit. Zijn die modeziektes goed te diagnosticeren of zijn het net zulke pseudo-diagnoses als er door de alternatieve genezers worden gesteld? In een achttal hoofdstukken neemt Renckens deze vragen bij de kop. De methode die hij hanteert om de goede antwoorden te vinden, worden verder niet verantwoord. De hoofdstukken 6 en 7 zijn het meest interessant omdat die gaan over het wetenschappelijk onderzoek naar alternatieve geneeswijzen en naar de modeziekten.

 

Vooringenomenheid

Tijdens een cursus over wetenschappelijk onderzoek vertelde eens een bekende Vlaamse professor het volgende: Onze Lieve Heer weet alles en wij, onderzoekers, weten maar een beetje. Wij proberen stukjes van dat grote weten, van de waarheid over de werkelijkheid om ons heen te ontdekken. We bestuderen daarom de wereld en proberen er conclusies uit te trekken. Het grootste gevaar voor wetenschappelijk onderzoek, de eerste valkuil,  is dat wij onze conclusies baseren op toevallige waarnemingen. Een tweede valkuil is dat we zo vooringenomen zijn dat wij al tevoren weten wat  uit ons onderzoek zal komen. Onze vooringenomenheid vertekent dermate de onderzoeksresultaten dat de waarheid niet boven water komt.

Renckens meent dat veel alternatieve artsen in de eerste valkuil zijn getuimeld omdat hun vak gebaseerd is op toevallige successen. Voor een deel heeft hij daar gelijk in, hoewel hij dat niet naar behoren bewijst. Er valt heel wat af te dingen op claims van alternatieve artsen en therapeuten. Maar ondertussen blijkt bij kritische lezing van het proefschrift Renckens zelf in de tweede valkuil te zijn gevallen. Hij wist tevoren al zo duidelijk wat de antwoorden op zijn vragen waren dat er nauwelijks sprake is van een goed onderzoek. De toon van zijn schrijven is emotioneel en sterk persoonlijk betrokken. Hij heeft op geen enkele manier afstand bewaard tot zijn eigen standpunten zoals die door hem al vele malen in de media zijn vertolkt. Er is geen spoor van kritisch evalueren van eigen ideeën. Het leidt uiteindelijk tot de vreemde conclusie dat wetenschappelijk onderzoek van alternatieve geneeswijzen absurd is omdat de resultaten bij voorbaat al niet waar kunnen zijn. Tijdens zijn promotie werd zijn proefschrift ook in die zin bekritiseerd door onafhankelijke onderzoekers van de VU. Zij verweten hem een cirkelredenering. Alsof een rechter tegen de beklaagde zegt: U bent een schurk omdat u een schurk bent en niet kan bewijzen dat u geen schurk bent. Dat is dus een hopeloze uitgangspositie voor mensen die op een integere wijze wetenschappelijk onderzoek doen op het gebied van alternatieve geneeswijzen.

Absurd

Volgens Renckens zou een grondige kennis van de anatomie elke aanvechting een acupunctuuratlas op te slaan onmogelijk moeten maken. Scheikunde op havo-niveau zou aan iedere belangstelling voor de “schokschuddend verdunde homeopathie” een onverbiddelijk einde moeten maken.  De werkzaamheid van deze verdunningen is eenvoudig ondenkbaar en een positieve uitkomst moet als een bedrijfsongeval worden beschouwd. Renckens betreurt het dat een prestigieus instituut als de Gezondheidsraad een “zwak rapport heeft afgescheiden” over alternatieve geneeswijzen in 1993. Hij spreekt over “vulgair psychosomatisch denken” en “de absurditeiten van alternatieven als acupunctuur”. Hij schrijft over zijn eigen literatuuronderzoek de merkwaardige zin: “Zoals verwacht mocht worden is het aantal goed opgezette onderzoeken met klinisch relevante resultaten verrassend gering”.

 

Zinloos onderzoek

Hij bespreekt een aantal proefschriften die in Nederland verschenen over de waarde van alternatieve geneeskunde. Zo promoveerde in 1997 de natuurgeneeskundige Lugard op de effecten van een bepaald dieet op spanningshoofdpijn en migraine. Haar conclusie was dat spanningshoofdpijn door dat dieet vermindert. In een kritisch commentaar in Huisarts en Wetenschap wordt de zorgvuldigheid van de onderzoeksopzet benadrukt, al zal meer onderzoek het positieve effect van het dieet moeten onderbouwen. Renckens meent echter dat de onderzoeksopzet zwak is en de resultaten onduidelijk.

In datzelfde jaar verscheen er een artikel in de The Lancet, een beroemd medisch tijdschrift. Hier werd verslag gedaan van een litteratuur-analyse waarbij al het tot dan toe verschenen homeopathisch onderzoek kritisch werd geëvalueerd. Heel wat onderzoek bleek niet te voldoen aan wetenschappelijke eisen en werd terzijde gelegd. Toch waren er ruim tachtig onderzoeksverslagen die wel door de beugel konden. De eindconclusie van het artikel was dat niet bewezen kon worden dat homeopathische effecten op nepgenezingen berustte. Renckens verbaast zich er over dat dit soort schijnbaar vlekkeloos onderzoek maar met absurde conclusies door de redacties van gerespecteerde tijdschriften wordt geaccepteerd voor publicatie. Niet meer doen, adviseert de promovendus; de conclusies zijn bij voorbaat al onmogelijk, het is zinloos onderzoek. Twijfel en verbazing blijven nog steeds de beste basis voor het vergroten van inzicht. Die twijfel is Renckens allang voorbij. Hij verbaast zich slechts over de domheid van de “zwakke broeders” zoals hij zijn alternatief werkende collega’s noemt. 

Zijn proefschrift ademt de sfeer van een stapel pamfletten en draagt de onaantastbare overtuiging van een weldenkend mens uit dat alleen de gewone geneeskunde recht van bestaan heeft.

Denkwereld

Achter Renckens vooroordelen schuilt een bepaalde denkwereld. Hij gaat van onbewezen vooronderstellingen uit die zijn conclusies onvermijdelijk maken. De belangrijkste zijn dat er zonder een anatomische afwijking geen sprake van ziekte is en dat zonder een chemische verklaring een therapie zinloos is. Anders gezegd: wanneer je het probleem niet kan vastpakken, dan is er geen probleem. Renckens vindt dat bekkenklachten bij de zwangerschap horen en niet moeten worden gemedicaliseerd. Hij bedoelt hiermee dat zo’n diagnose mensen niet het recht geeft ziek te zijn. Dergelijke diagnoses stellen deze vrouwen in staat zich ziek te melden en zich tijdelijk te onttrekken aan verplichtingen, zo meldt hij in een interview in Medisch Contact. Er is zijns inziens geen anatomische aanwijzing dat er echt iets mis is in het lichaam en dus is er geen sprake van een echte ziekte. Hij baseert zich op de resultaten van één onderzoek en negeert wetenschappelijke bronnen die tot een andere conclusie komen.  Ook whiplash, RSI, fibromyalgie en ME als andere modeziekten vallen onder deze redenering. Wanneer iets wetenschappelijk is vastgesteld -dus onomstotelijk zichtbaar gemaakt-,  is het pas echt waar en alles wat daarbuiten valt, vindt hij grote onzin. Het probleem met doctor Renckens is niet dat hij dit zo vindt maar dat iedereen het zo behoort te vinden. Zijn opvattingen over wat waar is en niet, over wat wetenschap is en wat niet, zijn tot universele norm verheven.

 

Onwetenschappelijk

Renckens kun je zonder overdrijven een fanatiek aanhanger van het geloof in de onbeperkte mogelijkheden van de wetenschap kunnen noemen. Tegelijk is het pijnlijk te zien hoe weinig wetenschappelijk Renckens zelf denkt. Hij die de wetenschap zo hoog in het vaandel draagt, heeft tegelijk zelf die wetenschap een slechte dienst bewezen met dit proefschrift. Het is in de ogen van velen een raadsel hoe deze man heeft kunnen promoveren. Zijn antwoorden op de vragen die hij zichzelf heeft gesteld aan het begin van zijn onderzoek, kwamen niet tot stand door zo objectief mogelijk onderzoek. Die antwoorden stonden al lang vast. De methoden waarvan hij zich bediende, waren willekeurig en werden selectief toegepast. De taal die hij gebruikte, is heftig en denigrerend. Kortom, Renckens voldeed in wetenschappelijk opzicht niet aan de hoge standaard die hij van anderen verwacht. Daarom kwam hij op dwaalwegen die hij anderen verwijt.

 

 

Naar aanleiding van Dwaalwegen in de geneeskunde, door dr. C. Renckens, 462 blz, €30,- ISBN 90 351 2655 6