Wanneer je overgevoelig bent voor gluten, heb je de ziekte coeliakie, een ziekte die levenslang blijft bestaan, maar goed te behandelen is met een dieet. Er zijn niet zoveel mensen met deze ziekte, zo dachten we tot voor kort, ongeveer 1 op de 2500. Maar onlangs toonden onderzoekers aan dat het veel meer voorkomt. Er worden getallen genoemd van 1 op de 200. Waarschijnlijk hebben dus veel meer kinderen deze ziekte, maar ze zijn er niet allemaal ziek van; ongeveer de helft heeft klachten en dan soms niet de klachten die je zou verwachten.
Gluten
Gluten betekent “lijm” en is een kleverige eiwitsubstantie die te vinden is in tarwe, rogge, haver, spelt en gerst en in de vele producten waarin deze granen verwerkt zijn. Gluten veroorzaakt bij patiënten met coeliakie door een allergische reactie een beschadiging van het slijmvlies van de dunne darm. Dat slijmvlies bestaat uit een soort ingewikkeld berglandschap van slijmvliescellen, zogenaamde vlokken, waardoor het oppervlak dat voedingsstoffen kan opnemen vele malen groter wordt dan wanneer het gewoon “een vlak landschap” was geweest. Deze vlokken verdwijnen door de glutenallergie, het landschap wordt vlakker en de mogelijkheden om voedingsstoffen op te nemen vanuit de darm in de bloedbaan beduidend kleiner. Niet-opgenomen voedingsstoffen veroorzaken bij kinderen diarree, stinkende, schuimende en vet-ogende diarree, meerdere malen per dag. De eetlust neemt af, de groei vertraagt en het gewicht wordt minder in plaats van meer. Kinderen met coeliakie hebben vaak een opgezette buik, dunne armpjes en beentjes met slappe spieren en zijn vaak slecht gehumeurd. Bij volwassenen is het klachtenpatroon vager en anders. De ziekte is erfelijk; 5-10% van de eerstegraads familieleden heeft de ziekte ook. Het heeft te maken met zogenaamde HLA-genen op chromosoom 6. Meer dan 30 procent van de Nederlandse bevolking is drager van deze afwijkende genen maar de meesten ervan krijgen nooit een coeliakie. Dragers van deze afwijking kunnen wel ergens in hun leven coeliakie-klachten krijgen, bij voorbeeld door een infectie of een zwangerschap.
Testen
De diagnose wordt definitief vastgesteld door een klein stukje darmslijmvlies onder een microscoop te bekijken om te zien hoe het met de vlokken staat. Via een scoop, een buisje waar je door heen kan kijken en opereren, wordt dat hapje slijmvlies uit de darm genomen, een zogenaamde biopsie.
Lijkt het erop dat de patiënt inderdaad coeliakie heeft, dan volgt een speciaal dieet en wordt na enige tijd een nieuw onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of genezing opgetreden is. Al met al is dit een ingrijpend en tijdrovend onderzoek. Er is inmiddels een reeks aan bloedtesten ontwikkeld die bepaalde antilichamen, afweerstoffen, opspoort die te maken hebben met coeliakie. Als al die bloedtesten negatief zijn, is de diagnose coeliakie vrijwel uitgesloten bij kinderen ouder dan 2 jaar. Zijn de gebruikelijke testen op coeliakie positief dan kan met behulp van een laatste zogenaamde EMA test de diagnose coeliakie zeer waarschijnlijk worden gemaakt.
Dieet
Coeliakie-kinderen krijgen levenslang een streng dieet van glutenvrije producten. Omdat gluten in erg veel voedingsmiddelen zit, valt dat voor het kind en de ouders niet mee. Een “verkeerde” broodkruimel kan al forse klachten geven bij sommige patienten. Daarom hebben zij een eigen broodplank nodig, een eigen broodrooster, jampot etc. De gezondheidswinst die behaald kan worden, is echter groot.
Meer informatie is te verkrijgen bij de Ned. Coeliakie Vereniging (NCV) http://www.glutenvrij.nl/ of in een patiëntenbrief van het Nederlands Huisartsengenootschap: http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven.htm#clusterD